Het veelbesproken drieluik

Het veelbesproken drieluik

Voor de Andrieskerk werd in 1973 door Hugo Brouwer een groot modern, felkleurig drieluik gemaakt. Dit was de  stijl van de kunstenaar in dat tijdperk. Zo had hij ook voor de Catharinakek in Eindhoven al enkele gebrandschilderde ramen gemaakt en vele schilderijen.
Pastoor Jan van Oosterhout hield hiervan en dacht dat zo’n drieluik zeker in de Andrieskerk zou passen, zeker als hij daar de nodige uitleg over zou geven aan de parochianen.
Het drieluik kwam in het priesterkoor achter het altaar kwam te hangen.
De waardering daarvoor van de parochianen was zeer uiteenlopend, van enthousiast tot zeer afwijzend en dat was te verwachten, zeker in die tijd, omdat men van zo’n kunstwerk hield of helemaal niet, een tussenweg was nauwelijks mogelijk.
Hugo Brouwer schreef er ook een mooi gedicht bij dat ook een uitleg was waarom hij dit zo geschilderd had. zie hieronder.
Zelfs na vele malen uitleg te hebben gegeven vonden de tegenstanders het toch te veel daar middenvoor in de kerk. Vooral in opengeklapte toestand vonden velen het op zijn zachtst gezegd nogal opdringerig. Dat leidde er zelfs toe dat het meestal gesloten was.

Daarom werd onder de parochianen een enquête gehouden en ook hier zag je hetzelfde beeld was de uitslag.
Besloten werd om het drieluik tijdelijk  te bedekken met een altaardoek  en besloten werd om door parochianen een textieldecoratie te laten maken.
Een aantal parochianen onder leiding van Ilse de Kort Claassen voerden dit uit. In 1985 werden de laatste twee panelen geplaatst. Maar ook hierover waren de meningen verdeeld alhoewel de rust was wedergekeerd.

Toch mocht de Andriesgemeenschap zich gelukkig prijzen met dit waardevolle, vol symboliek zittende kunstwerk van haar oud parochiaan Hugo Brouwer.
Het kunstwerk kent geen gelijke in de Nederlandse religieuze kunst.
Toen begin 2004 de Andriekerk gesloten werd was de vraag: Waar kan dit kunstwerk ondergebracht worden.
Met vele musea in Nederland werd hierover gesproken zowel als met de gemeente Nuenen.
Maar hoewel iedereen in eerste instantie veel voelde voor plaatsing was het toch moeilijk dit ergens onder te brengen, vooral vanwege de grote afmetingen: 2.51 x 2.28 meter dicht en 4.56 meter met opengeslagen deuren.
Uiteindelijk besloot de conservator van het Museum voor Religieuze kunst in Uden dat zij dit unieke werk wilden hebben. Helaas kon men het nog niet herbergen maar er waren tekenen dat zij in de (nabije) toekomst uit zouden gaan breiden.
Omdat zij geen kunst meer wilden in korte of lange of eeuwige bruikleen, moest het geschonken worden. Omdat het beheer van het museum ondertussen onder het bisdom den Bosch viel werd het daaraan geschonken.
Toen de Andrieskerk afgebroken ging worden en het museum nog geen plaats had vond de conservator een tijdelijke plaats in de H. Kruisvindingskerk in Odiliapeel. Omdat dit ook een Bossche schoolkerk was.
Een parochiaan uit die parochie heeft zich uitermate ingespannen om het drieluik daar op te hangen maar wat bleek bij aankomst daar: Het kon met geen mogelijkheid naar binnen wat men ook geprobeerd heeft. Daarom heeft hij dit kunstwerk, dat ondertussen eigendom was van het bisdom, enkele jaren in zijn bedrijf opgeslagen.
Het is daarna door het bisdom verkocht aan de eigenaar Van Duijnhoven van de Pauluskerk in Uden. Ook dit is weer een Bossche schoolkerk die aan de eredienst is onttrokken .
Deze heeft in de kerk en privémuseum ingericht en heeft het drieluik daar een mooie plaats gegeven. Daarmee heeft het mooie kunstwerk hopelijk ook weer voor een lange tijd rust gekregen.

Er kan wellicht geen betere beschrijving of uitleg van het drieluik gegeven worden dan het onderstaande gedicht van Hugo Brouwer zelf:

Van dit drieluik, dames heren
Van dit drieluik aan de wand
Kunt u echt nog heel veel leren
mits u kijkt met uw verstand.

Op de voorkant van het drieluik
ziet u het grote doolhofdier
Leven is soms als een doolhof
menigeen verdwaalde hier.

Boven ziet u ’t goede leven,
’t leven vol vermaak en sier,
Onder ziet u het nare leven,
onder dreigt het doolhofdier.

Wat moet nu de ziel wel denken,
Is het Yes of is het No.
Hij vraagt aan zijn kleine lichtje,
is het zus of is het zo?

Als men nu het drieluik opent
ziet men God in het centrum staan.
Wie dat doet in eigen leven
heeft de juiste keus gedaan.

Links ziet u de ziel die “Ja” zegt
tegen God, die hij ontmoet
in zichzelf en in ’t leven
als de bron van alle goed

Doolhof houdt hem niet gevangen,
geloof bevrijdt hem van de dood,
God, de maatstaf aller dingen
is de redder uit zijn nood.

Rechts de ziel die niet kan geloven
Zij zegt “Nee” ik zie het niet.
Velen, kunnen niet geloven,
velen leven in verdriet,

Het leven sijpelt uit hun wezen
en de dood huist in hun geest.
Nergens zien zij meer een uitkomst
tot dat God ook hen geneest.

Ja, de schilder die dit maakte
gelooft met Jezus, onze Heer
Dat de dood wordt overwonnen
door het leven, altijd weer.

En hij schilderde dit drieluik
denkend aan zijn lieve vrouw,
die nu lachend op hem neerziet
uit de hemel, zonder rouw.

Hugo Brouwer

© 2017 Parochie Heilig Kruis