Actueel

1 okt. Verslag en foto’s Nuenen-Guatemala reis

 Alle foto’s
Zondag 1 oktober: de laatste dag in Guatemala-stad, tevens de laatste dag in Guatemala. Maar, last but not least, ontmoeten we in de ochtend Jan Vandeveire die al 53 jaar in Guatemala woont en werkt – eerst in verschillende parochies, nu onder andere in het onderwijs op een pastorale school.

Het is interessant en informatief om met een ‘insider’ van gedachten te wisselen over wat we de afgelopen weken hebben gehoord en gezien. We horen van de uitdrukking ‘Guate-mala, Guate-peor’: het is hier ‘van kwaad tot erger’.
Zo leggen we aan Jan voor hoe geschokt we gisteren waren toen de nabestaanden van verdwenen personen in Santa Lucia vertelden geen enkele steun van kerkelijke instituties te ontvangen. De huidige bisschop heeft veel Opus Dei-priesters in de parochies aangesteld, die conservatief en rechts zijn georiënteerd en zich veelal aan de zijde van de grootgrondbezitters scharen.
Gelukkig kan Jan dit beeld wel iets nuanceren: in de katholieke kerk in Guatemala zijn – zoals overal – verschillende stromingen aanwezig. Ook de bisschoppenconferentie is verdeeld en moet verschillende standpunten verdisconteren. Officiële communiqués spreken zich daardoor zelden duidelijk uit vóór sociale verandering en het doen van recht aan de slachtoffers van de burgeroorlog.
Toch er zijn dus óók bisschoppen, priesters en leken die zich laten leiden door de bevrijdingstheologie die in de jaren zeventig opkwam en die in het evangelie een radicale oproep ziet om zich in te zetten voor de bevrijding en emancipatie van mensen die lijden aan armoede, onderdrukking en onrechtvaardige structuren.
Zo zet bisschop Bernabé van Santa Rosa zich in voor mensen die in de mijnen werken: goud en zilver worden uit de rotsen gehaald met behulp van gifstoffen die de grond en het drinkwater vervuilen. Bernabé verzet zich hier fel tegen: deze vorm van mijnbouw vermindert immers de toch al schaarse grond waarop de lokale bevolking eigen voedsel kan verbouwen. Toch liggen hier, zoals overal in Guatemala, de zaken gecompliceerd: degenen die werk vinden in de mijnbouw zijn maar al te blij met het inkomen. Zo is de mijnbouw een splijtzwam geworden onder de lokale bevolking.
Guatemala stelt ook, vertelt Jan, voor aangename verrassingen. Zo is er een nieuwe generatie bevrijdingstheologen die nog niet zo bekend is, maar wel degelijk hard aan de weg timmert. En, anders dan in de jaren zeventig, maken nu ook vrouwen, en vrouwelijke theologen, deel uit van de beweging. En: er is aandacht voor het belangrijke thema van milieu en zorg voor de aarde. Er wordt in Guatemala veel gewerkt met vereenvoudigde en geïllustreerde versies van Laudato Si, de milieu-encycliek uit 2015 van paus Franciscus, die zich bovendien niet alleen richt tot katholieken maar tot alle bewoners van onze aarde.
En in Guatemala-stad heeft parochie El Carmelio een voedselvoorziening voor kinderen opgericht (in Guatemala is meer de helft van de kinderen chronisch ondervoed). Honderdveertig kinderen krijgen hier drie keer per week een ontbijt. Een druppel op een gloeiende plaat, maar iedere druppel telt…
Ook in de politieke situatie ziet Jan sprankjes hoop: de deur die met de protesten – de ‘Guatemalteekse lente – in 2015 is geopend, kan niet meer worden gesloten. Dat Guatemalteekse politieke partijen feitelijk dievenbenden zijn die het staatsapparaat enkel gebruiken om zichzelf te verrijken, wordt niet meer geaccepteerd en mensen gaan de straat op om hiertegen te protesteren. Helaas is ook het democratisch systeem zelf gecorrumpeerd: doordat de financiering van campagnes ondoorzichtig is, kon na de protesten Jimmy Morales de verkiezingen winnen – die vooruitgeschoven werd door nota bene de meest repressieve krachten in het leger. Grootgrondbezitters, politici, kapitalistische kopstukken en drugskartels hebben een pact dat onverbrekelijk lijkt.
… Een breekpunt dus. Enerzijds verzetten steeds meer mensen zich tegen de corruptie en lijkt het proces van bewustwording niet meer te stoppen; anderzijds hebben mensen de handen zó vol aan de dagelijkse strijd om te overleven, dat er geen kracht is überhaupt om in opstand te komen.

’s Middags spreken we Toon Coolen, Nuenenaar die ook al meer dan dertig jaar in Guatemala werkt. Hij neemt ons mee naar ‘El refugio de la niñez’, waar meisjes worden opgevangen die slachtoffer zijn geworden van seksueel misbruik, huiselijk geweld en mensenhandel. De meisjes en hun ouders worden intensief psychologisch begeleid en leren ook verschillende waarden: respect, eerlijkheid, vasthoudendheid, eigenwaarde… We zijn onder de indruk van hun veerkracht en kopen enkele van hun zelfgemaakte sieraden.

Later, tijdens een heerlijk diner in Las Americanas, praten met met Toon Coolen na. Hij vertelt hoe zwaar en mooi het werken hier is; net zoals het land zelf afschuwelijke maar ook prachtige kanten heeft. Verandering moet van onderaf, van mensen zélf komen, denkt hij: wij, buitenstaanders, kunnen beter kar-duwersdan kar-trekkers zijn. Anders gezegd: de Guatemalteekse volgen en steunen in hún strijd voor gerechtigheid…

Met een laatste groepsfoto, rondom de Guatemalteekse vlag, is dan een einde gekomen aan onze reis. We gaan een paar uur slapen om vervolgens om 02.30 naar het vliegveld te vertrekken. Daar begint de reis naar huis… Maar niet voordat we onze webmasters bedanken, die onze verslagen steeds zo goed en snel op de websites plaatsten… Muchas gracias!

Wordt vervolgd…


30 september
Santa Lucía Cotzumalguapa
Hier zijn we gisteravond aangekomen. Voor het eerst een hotel met zwembad, dus … een frisse duik. Het regent weliswaar maar toch niet voor niets, want het is boven de 30 graden.

Vandaag brengen we een bezoek aan een groep die zich verenigd heeft in een stichting onder de naam AMDE ( Asociación Memoria Dignificación y Esperanza).  De groep bestaat uit familieleden van verdwenen personen, vooral uit de jaten ’80 t/m ’83 ten tijde van de burgeroorlog. De overlevenden moesten daarna niet alleen dat verwerken, maar ook een nieuw bestaan opbouwen. Nu ziet de groep het als voornaamste taak om de overblijfselen van hun geliefde man, vrouw of kind terug te vinden en de daders ter verantwoording te roepen. De durf om daarin doortastend tot actie te komen wordt echter belemmerd door nog steeds hun angst voor de militaire en andere represailles. En helaas helpt de kerk ook al niet mee, gezien hun huidige conservatieve opstelling. Grote katholieke voortrekkers zoals de vermoorde Walter Voordeckers, zijn er niet meer. Op zijn graf staat: ‘No hay amor más grande que este: dar la vida por sus amigos.’ Gemma memoreert deze woorden nog eens tijdens de herdenking die wij mogen bijwonen. ‘ Er is geen grotere liefde dan te sterven voor zijn vrienden.’  De herdenkong bestaat uit het bidden van de rozenkrans afgewisseld met intenties en Maria-liedjes. Maar eerst werden alle namen van de doden door eenieder om de beurt opgenoemd. Indrukwekkend en ontroerend.
Meerderen getuigen van hun strijd voor gerechtigheid en vrede en danken voor onze aanwezigheid. In hun land is de bestuurlijke, uitvoerende en juridische macht in handen van enkele invloedrijke families en bedrijven gesteund door de militairen.
De groep heeft ook een jongerenafdeling die vaak bij elkaar komt. Daar is de hoop op gevestigd. Dat de jeugd ziet dat het corrupte land gevaarlijk naar de afgrond gaat en vanuit universiteiten en vakbonden tegenstand komt.


Vrijdag 29 september
Vandaag wat anders dan weggeslagen wegen en stoffige straten: we gaan het meer van Atitlan op! Met 19 kilometer lengte een van de grootste meren ter wereld. Maya’s geloven dat rond het middaguur de zielen van hun voorouders hier naartoe worden gebracht. Vandaar dat het dan zo hard waait.

We boffen met het weer: de zon schijnt, terwijl er regen was voorspeld. Maar ondertussen weten we dat in deze periode het weer in Guetemala veranderlijk en wisselvallig kan zijn.

Het meer is prachtig, omgeven met groen en door 12 vulkanen die de namen van de apostelen hebben gekregen.

De eerste aanlegplaats is San Juan: een dorpje dat de afgelopen jaren snel aan toerisme heeft gewonnen. De hoofdstraat is bezaaid met soevenierwinkeltjes, koffietentjes en – onderscheidend voor deze omgeving – schilderateliers. Hier kopen we kleine schilderijtjes om te verkopen voor de stichting.
In San Juan bezoeken we ook een katoenatelier waar wordt gedemonstreerd hoe katoen hier op traditionele wijze wordt gesponnen (met de hand), geverfd (met planten en kruiden) en gewoven (met een heupweefgetouw). Maria en Johan mogen een poging wagen – en ze slagen met vlag en wimpel!

In San Pedro wordt er natuurlijk echte Guatemalteekse koffie gedronken – de bijbehorende rum slaan we af, want er staat vandaag nog meer op het programma.

In Santiago Atitlan staat namelijk de kerk, in de 16e eeuw opgericht door Franciscaanse missionarissen, waar de martelaren van dit dorp worden herdacht. Van begin jaren tachtig tot eind jaren negentig leed de bevolking hier onder ontvoeringen, verdwijningen en massamoorden – de reactie van het leger tijdens de burgeroolog op vreemdzame protesten.

Deze kerk was in deze periode een toevluchtsoord, waar vele families iedere nacht kwamen om te slapen in de veiligheid die de kerk hen bood. Maar in 1981 werd de pastoor, Stanley – ‘Aplas’ – Rother in de pastorie van de kerk vermoord. Ook hij wordt hier op indrukwekkende wijze herdacht. De moorden zouden nog tot ver in de jaren negentig doorgaan.
Overal in Guatemala zijn Mayarituelen in de katholieke ritus opgenomen (syncretisme) maar in de omgeving van Atitlan zijn zij beter bewaard gebleven en in meer authentieke vorm gehandhaafd dan elders. Katholieken heiligenbeelden hebben een heel eigen karakter gekregen dankzij hun inheemse kleding en verhalen. Aan de inheemse heilige Máximom worden alcohol, sigaretten en stropdassen geofferd. Het zorgt voor een kleur- en geurrijk geheel.
Donderdag 28 september
Chichicastenango
Donderdags is altijd de grote marktdag van dit stadje. Van heinde en verre komen handelaren en boeren om hun spullen aan te bieden aan de regio en toeristen. Nog weer een dag om inkopen te doen voor het winkeltje van onze stichting en voor onszelf. Bij onze terugkeer in Nuenen is de verkoopvoorraad zeer goed aangevuld!


Woensdag 28 september
Vandaag de tweede dag in Antigua. Gemma, Roland en Maria gaan erop uit om mooie spullen te kopen om in Nederland voor de stichting te verkopen; Jan en Johan wandelen en bezichtigen de stad; Marieke wandelt en geniet van koffie en goede wifi zodat de verslagen weer up-to-date zijn.

Bij de Merced-kerk tref ik bij de ingang Vanessa, een vriendelijke en enthousiaste vrouw die in een rolstoel zit en een grote plastic bak vol met rozenkransen probeert te verkopen.
Als ik van haar begrijp dat ze de rozenkransen zelf heeft gemaakt, vertel ik dat er in Hollanda, in Nuenen, óók zo’n leuke vrouw is die met zoveel toewijding rozenkransen maakt. Marietje! Hoe vaak heb ik niet al aan haar gedacht en hoe blij waren de parochianen in Tucuru met haar rozenkransen! Een mooi idee dat we ook daardoor in gebed met elkaar zijn verbonden.
Ik laat de foto’s op mijn telefoon van Marietje en van de zegening van de rozenkransen op Hooidonk zien. Vanessa vindt het heel mooi en ze wil ook met me op de foto.
Is het leven in Guatemala al hard, voor mensen met een handicap, zoals Vanessa, is het zo mogelijk nog harder. Er bestaat hier geen ziektekostenverzekering, er zijn amper betaalbare medische voorzieningen en medicijnen zijn duur. Vanessa dreigt alleen maar zieker te worden, omdat er geen geld is voor medicijnen. Kan ik niet wat helpen?
Ik geef wat ik kan. En koop drie rozenkransen. De mooiste is voor Marietje.

In de middag rijden we door regen en mist naar Chichicastenango, waar we morgen de markt bezoeken.


Dinsdag 26 september
Vandaag is een vrije dag. Hoewel … sommigen onder ons gaan weliswaar inkopen doen ook voor aanvulling van ons Guatemala winkeltje; opbrengst is dan  oor het goede doel.
Op eigen gelegenheid trekken we Antigua in om een en ander te ontdekken: markten, musea, kerken, bijzondere straatjes …
De foto’s geven een korte impressie van de stad.


Maandag 25 september
Vandaag hangen we even de toerist uit: een welkome afleiding na alle indrukken. Dat betekent wel: om 6.00 uit de veren, want bij zonsopgang heb je de meeste kans om de quetzal te spotten. Gelukkig waren de meeste van ons al om 20.00 in slaap gevallen!
Dankzij de hulp van de eigenaar van de lodge zien we uiteindelijk inderdaad de quetzal: ‘Yo lo vi!’ is hier een ‘gevleugelde’ uitdrukking. We wandelen nog wat door het prachtige gebied.
Daarna genieten we van een heerlijk ontbijt en het rustige koffiedrinken. En dan: naar Antigua!

In Antigua hebben we geen afspraken of projecten, maar we willen er wel ‘inkopen’ doen voor de stichting Nuenen-Guatemala. Die worden in Nederland dan verkocht bij activiteiten, lezingen en vieringen. Uiteraard komt de opbrengst geheel ten goede aan de projecten voor de bevolking hier.

Natuurlijk ‘shoppen’ we ook voor familie en vrienden. Maria blijkt opnieuw een uitstekende rekenaar én onderhandelaar: iedereen profiteert van haar hulp bij het beoordelen en aanschaffen van weefwerk, pennen, tassen en wat al niet meer. Opnieuw staan we stil bij de afwezigheid van ons zevende groepslid, dat vanwege gezondheidsproblemen op het laatst de reis moest afzeggen. En bij de hulp van zovelen uit de Nuenense gemeenschap en parochie. We denken aan jullie! Ik weet niet meer waar ik het heb gelezen, maar denk aan deze frase:
Alleen ga je sneller, samen kom je verder.’


Zondag 24 september Tucurú (Marieke)
De laatste keer naar de mis in het Ket’chi. Ook Arnoldo preekt vanochtend over de werkers in de wijngaard. Voor mij was de nacht kort geweest, want ik wilde per se in het Spaans in de viering spreken – en dat kostte heel wat gepuzzel met vertaalprogramma’tjes op internet. Gelukkig komt er tegen de ochtend per mail nog hulp van de familie Santana uit Nederland. En: het lukt! Antonio vertaalt mijn Spaans weer in het Ket’chi:
“Lieve broeders en zusters, ik heb geen woorden om uit te drukken wat jullie mij hebben gegeven. Jullie broeder- en zusterschap, gastvrijheid, een nieuw geloof en inspiratie dat wij ons samen kunnen blijven inzetten voor een betere wereld, met meer liefde: het rijk van God.
Wij hebben heel veel geleerd van jullie cultuur, jullie geloof en jullie hele leven.
We hebben ook gezien hoeveel armoede er hier is, ongerechtigheid en discriminatie.
Weet dat wij in gedachten en in gebed altijd bij jullie zijn, aan jullie zijde, in jullie strijd voor meer welzijn, meer onderwijs, meer eigenwaarde en meer gerechtigheid in Tucurú.
Jullie hebben een prachtige cultuur, waarop jullie trots op mogen zijn [applaus]; en jullie hebben pastores – voortrekkers van jullie volk – waar jullie trots op mogen zijn. [applaus].
Heel veel hulde en… grote dank!
Jullie hebben mijn geloof veranderd en zijn in Nederland in mijn gebed en mijn hart.
Dus: geen gedag, maar tot ziens!”

Het afscheid na de viering van de parochianen is emotioneel. Ik verbaas me erover hoe verbonden ik me na een week voel met zoveel mensen van wie ik de taal amper spreek. Wat een armoede hier, wat een lijden; en wat een kracht, veerkracht, vriendelijkheid en rijkdom aan verbondenheid met moeder aarde en al haar schepselen. Veel van de vrijwilligers die we de eerste dag ontmoetten zie ik opnieuw terug, de dorpsoudsten uit San Antonio en San Geronimo, en ook zuster Martha is er met haar grote groep jonge vrouwen. Rudolpho, de koster die ook in de pastorie woont. De Marimba-spelers.

Mensen vertellen me blij te zijn dat ik zowel hun armoede als hun rijkdom – hun kwetsbaarheid én hun kracht – heb gezien; dat ze in allebei niet alleen worden gelaten. Maar ja, ik ga over een week weer lekker terug naar mijn comfortabele leventje in Nederland. Zij blijven hier. En is het dan genoeg om wat vaker geld over te maken naar goede doelen; is het genoeg om alleen dat te geven waarvan je zélf denkt dat je het kan missen? Ik vrees – en hoop – dat ik het antwoord hier wel heb gevonden. Er valt nog veel te geven, als ik minder bang word te verliezen.

Een oudere dame, vrijwilliger in het ‘sociale pastoraat’ in Tucurú, zegt: ook de liefde en het respect van een medemens, die van zo ver weg voor óns is gekomen, zijn een grote gave. Dan schiet niet alleen het Spaans, maar ook het Nederlands tekort en wijzen we naar ons hart en beloven veel voor elkaar te bidden.

Tactic (allen)

Met Antonio José, Arnoldo en Antonio race ik naar Tactic, over een weg die door de regenval van vannacht wederom door rotsen is bezaaid, deels is weggeslagen en deels is veranderd is een zijstroom van de Polo’chic. Daar wachten Jan, Johan, Roland, Gemma, Maria en Henry (onze chauffeur, maar inmiddels ook vriend en een beetje groepslid), die twee heel indrukwekkende dagen in Rio Negro hebben doorgebracht. Daarover kunt u lezen in het andere verslag op deze website.
Het is een fijn en hartelijk weerzien. We trakteren onze vrienden op een snelle lunch (ze hebben vanmiddag nog een viering in Las Flores, drie uur rijden) en zij bedanken ons opnieuw voor ons bezoek en spreken de hoop uit dat we contact houden. De afgelopen week hebben we in elk geval een goed begin gemaakt door alle uitwisseling op Facebook! Wij overhandigen hen een map met een dankwoord, de foto’s van onze parochie, de Taizéliedjes in drie talen en gebeden die we hier in de viering inbrachten, het welkom van onze parochie aan de pastores; en een donatie om hun goede werk hier voort te zetten.
We zijn hier altijd welkom, zegt Antonio José; maar wie weet, zien we elkaar – ooit – in Nuenen?

Biotopo del Quetzal
We rijden door naar de Biotopo del Quetzal. Jammer genoeg regent het pijpenstelen. Maar de bedden zijn schoon, de douche is warm en het eten is heerlijk, dus we zijn dik tevreden. Morgen vroeg op om de quetzal (bijzondere vogel en nationaal symbool, waarnaar ook de munt vernoemd is) te spotten.


23 september
Deze zaterdag splitst de groep zich voor twee dagen op: Marieke gaat terug naar Tucuru, Johan, Jan, Gemma, Roland en Maria bezoeken Rio Negro.

Tucuru (Marieke)

Na drie uur in de bus ben ik terug in Tucurú. Het voelt als thuiskomen en zo word ik ook onthaald: het is net lunchtijd en na een blijde begroeting met veel knuffels kan ik meteen aanschuiven. We praten over wat de padres en de werknemers in de pastorie al op Facebook hadden gezien van de bezoeken en belevenissen in Cobán en San Christobal. Mijn kamer is al klaargemaakt. De mensen in de pastorie zijn ontroerd dat ik voor hen ben teruggekomen; ik ben ontroerd dat ik zo welkom ben.
Gelukkig is er ook nog werk aan de winkel. Arnoldo gaat zijn broer, die in Tucuru heeft gelogeerd, terugbrengen naar San Geronimo. Hun hele familie woont daar en Arnoldo is er opgegroeid: omdat hij al jong zijn vader verloor, moest hij het gezin onderhouden en werkte van maandag tot en met zaterdag op de finca. Op zondag liep hij dan naar Tucuru voor zijn vorming, en later studeerde hij – als lid van de congregatie van missionarissen van het heilig bloed – in Guatemala-stad en Colombia.
De weg slingert lang en steil omhoog, het uitzicht op deze hoogte is schitterend. Drie keer staan we een half uur stil omdat een graafmachine de weg repareert die door de regen grotendeels is weggeslagen. Na drie uur – inmiddels valt er alweer zware regen – verschijnt onder de kardamomplanten een groepje mensen. Hier hebben we met de familie afgesproken omdat de rest van de weg omhoog onbegaanbaar is. Zij zullen de meegebrachte zakken rijst twee kilometer omhoog dragen over het bergpaadje naar het dorp. Er is er geen elektriciteit en geen stromend water. De mannen vertrekken ’s nachts, omdat zij twee uur moeten lopen naar de finca (plantage) waar ze werken. De schoonheid van de natuur en de zachtaardigheid van deze mensen contrasteert scherp met hoe hard het leven hier is.
In de Spaanse avondmis is het een hartelijk weerzien met de mensen die ik vorige week had ontmoet. Ze vertellen blij te zijn dat ik hun plek blijkbaar voldoende de moeite waard vond om naar terug te keren. Ze blijven me maar bedanken; terwijl ik maar blijf zeggen dat hen alle dank toe komt. We weten samen niet meer of erom moeten lachen of huilen.

De lezing is die van het loon van de werkers in de wijngaard. Antonio José vergelijkt deze met de ervaringen van de parochianen, van wie er vele op de finca’s werken. De vragen die de lezing oproept, zijn voor hen maar al te concreet en herkenbaar. Je krijgt toch enkel loon naar werken? En iemand die de halve dag niks heeft gedaan, verdient toch zeker niet meer dan jij, die de hele dag hebt staan zwoegen? … Maar toch. Hebben we dat schamele dagloon niet allemaal nodig, om onze  familie, onze kinderen te voeden? Is Gods barmhartigheid er niet voor iedereen, ongeacht zijn of haar verdienste? God die zijn volk bevrijdt uit slavernij, die de armen en onderdrukten zal verlossen – het is hier allesbehalve een abstract beeld of een vage belofte. Het is bittere realiteit en dus ook een zeer concreet verlangen.
In de voorbeden wordt gebeden voor de rijke landen, dat zij hun ogen niet sluiten voor wat hier speelt en leeft. Opnieuw realiseer ik me hoe belangrijk het voor deze mensen is om gezien te worden – erkend in hun lijden en in hun strijd. Het draait niet alleen om financiële ontwikkelingshulp. Want behalve aan gebrek aan middelen en politieke en economische gerechtigheid, lijden mensen hier ook aan een gebrek aan kennis over hun eigen geschiedenis, gebrek aan respect voor hun cultuur en vooral gebrek aan eigenwaarde. Alsof ze niet beter zouden verdienen.
’s Avonds tijdens het eten praat ik er met de padres over verder – in mijn beste Spaans, hun beste Engels en onze handen en voeten en gezichtsuitdrukkingen. We wisselen muziek uit waar we van houden en praten over de verschillen en overeenkomsten tussen onze parochies. Onze situaties konden niet verschillender zijn, maar het is leuk om te merken dat we ons werk eigenlijk toch proberen te doen in dezelfde geest – strevend naar dienstbaarheid, gelijkwaardigheid en het vertalen van het evangelie naar de vragen en verlangens van mensen hier en nu. Na de ontmoetingen in Tucuru zal ik het evangelie nooit meer met dezelfde ogen lezen.

Rio Negro (Johan)
Rond half tien zwaaien we Marieke uit, die voor een weekend terugkeert nasr Tucurú. Wij rijden verwachtingsvol nasr een lodge in Rio Negro. Maar daar moeten we wel eerst wat voor doen. Een flink eind buiten Cobán slaan we een onverharde weg in. Ma een poos flink gehobbeld te hebben stoppen we voor een slagboom, waar militairen onze lijst met paspoortnummers bestudeert en ons toelaten tot jet terrein van Inde, de energiemastschappij van de hydrocentrale. Ons busje rijdt vervolgens zigzaggend de wand van de stuwdam op. Boven aangekomen wacht ons een bootje dat ons dwars over het stuwmeer voert naar de aanlegsteiger van het bergpaadje naar de lodge. In de hitte beklimmen we de steile berwand en zo’n 75 meter hoger komen we eindelijk aan op de lodge. Minder comfortabel dan we gedacht hadden: vieze badruimte, matrassen op de vloer in een gezamenlijke slaaptuite met honden die etenswaar uit je tas halen.
Maar de lunch is prima. Naast de lunchruimte ligt staat een klein dtenen gebouwtje waar het woord ‘ museo’ op staat.  Er staan drie vitrines in met wat oude Maya spulletjes. Tegen de wand hangen foto’s. Ze gaan vooral over de periode begin jaren tachtig toen er on het Mayadorpje een massaslachting plaatsvond door het leger als tegenactie tegen het verzet van de bevolking tegen de komst van de dam. Hun dorp zou door het stuwmeer weggevaagd worden. Don Sebastian vertelt hoe zijn moeder, zijn vader en broer na foltering om het leven gebraacht werden. Ik wend mijn blik naar het prachtig groene dal waar nu vredig een groot meer ligt, maar waar op grote diepte een tragedie heeft afgespeeld,. Het persoonlijk verhaal van Don Sebastian is nog niet af.De overlevenden werden naar een buitenwijk van Rabinal gedeporteerd, zonder enig toekomstperspectief. Een aantal heeft de moed gehad terug te keren naar Rio Negro om zich hogerop de berg opnieuw te vestigen. Sommigen van wagen de moeilijke tocht over steile paadjes om het dorpje te bezoeken.
s Avonds bekijken we de film ‘ Discovering Dominga’ dat gaat over een klein meisje dat weet te vluchten terwijl haar ouders gedood worden. Haar zusje overleeft de vlucht niet en zij komt na omzwervingen via een opvang bij Amerikaanse adoptie-ouders terecht. Als jong volwassene ondekt ze haar afkomst en zoekt weer contact met de overgebleven familie en dorpsgenoten. Ze bindt samen met anderen de juridische strijd aan tegen de schuldigen.
De rest van de avond blijft bij ons een bedrukte stemming hangen…


Vrijdag 22 september
Gemma en Maria uit onze groep zijn zo gegrepen door het bezoek aan Adici gisteravond dat ze vanmorgen in alle vroegte nog weer daar naar een cursus les weven gingen en met mooie foto’s terug kwamen.

San Cristóbal
Ruud van Akkeren is een Nederlandse antropoloog die zijn sporen heeft verdiend in onderzoek van Maya-cultuur. Hij heeft belangrijke ontdekkingen gedaan over het leven van de Mayas on de klassieke oudheid en was onderzoeker in Tikal. Zijn missie is echter het overbrengen van zijn kennis aan de huidige Mayas. Die hebben namelijk geen idee van hun eigen culturele historie.
Ruud reist vandaag met ons mee en brengt ons on San Cristóbal eerst naar een klein museum. Gerzon, een jonge student, heeft dat met zijn eigen vondsten van Maya aardewerk opgezet om daarmee voorlichting te geven aan huidige Mayas. Het ministerie van cultuur zelf is namelijk nauwelijks tot niet geïnteresseerd in het verbinden van de Mayas met hun eigen cultuur.
Vervolgens rijden we naar een groep volwassenen die les van Ruud gekregen hebben over hun eigen cultuur. Na die cursus heeft hij hen zelf verder 
onderzoek laten doen naar hun eigen afkomst, tot aan de archieven in Guatemala-city toe. De groep draagt nu hun kennis weer over op scholen e.d. Het is belangrijk om eigen wortels te leren kennen en daarmee je eigen identiteit terug te vinden.
We gaan met een van de groepsleden mee naar zijn atelier. Het is de kunstenaar Oswald Perez. Hij maakt onder andere prachtige muurschilderingen vol met Maya-symboliek en politieke prenten. Hij zou graag eens naar Nederland komen voor een muurschildering.
Tot slot bezoeken we een museum van recente Maya-attributen.


Donderdag 21 september
In het hotel in Coban voor het eerst sinds een week een warme douche! En wifi. Op een reis als deze zijn beide bron van grote vreugde.

Na een wandeling door de stad mogen we na de lunch heel enthousiast onze reisgenoten Jan en Maria begroeten, die drie dagen afzonderlijk op pad zijn geweest naar Tikal, om de beroemde Maya-ruines te bezoeken. Dat was, vertellen ze, zeker de moeite waard. We zijn blij dat ze weer bij ons zijn.
Daarna hebben we een heel interessant en informatief gesprek met antropoloog en Maya-specialist Ruud van Akkeren,
die ‘het Maya-volk zijn geschiedenis heeft teruggegeven’. We bewonderen de vele beelden, stenen en het weefwerk in zijn huis, en vanaf zijn balkon hebben we prachtig uitzicht over de stad. Na een week in Guatemala is het verhelderend om van gedachten te wisselen met iemand die zo goed is ingevoerd in alle aspecten van het leven in Guatemala. En bedroevend, om te worden bevestigd in onze indruk dat ongelijkheid en corruptie zo diep in alle lagen van de samenleving zijn doorgedrongen.
Ruud doet onderzoek naar zowel de geschiedenis als het heden van de Mayacultuur, en geeft hierover les aan verschillende universiteiten én aan de Mayabevolking zelf, die amper kennis heeft van haar eigen achtergrond en traditie. Een zelfbewustzijn, dat misschien wel een noodzakelijke voorwaarde is om de Guatemalteekse cultuur van ongelijkheid en corruptie te veranderen.

We spreken ook over Ruuds nieuwste studie, over de Popol Wuj – opnieuw een onderzoek dat nieuw licht werpt op de vroegste geschiedenis en studie van de Mayacultuur.’s Avonds vol
gt een ontmoeting met Fons Huet, die al meer dan twintig jaar werkzaam is in Guatemala en voor verschillende sociale organisaties werkt en medestichter is van Adici.

Fons Huet beschreef in een boek de verschrikkingen van de burgeroorlog zoals de Mayas in en rond Cobán meegemaakt hebben. Honderden mannen, vrouwen en kinderen werden, vaak na foltering, vermoord. Wanneer ze de bergen in vluchtten, werden hun daar hun maısvelden verbrand zodat ze uit honger gedwongen werden weer tevoorschijn te komen.
Na de oorlog probeerden de overlevenden de draad weer een beetje opbte pakken, maar de militairen bleven hen het leven zuur maken en van de regering hoefden ze geen hulp te verwachten. De kerk en enkele stichtingen, zoals die van Fons Huet, probeerden met name vrouwen van vermoorde mannen of vrouwen die verkracht waren weer met psychische en economische hulp op de been te krijgen. Zo worden ze geholpen met het opzetten van een naai-atelier, het vervaardigen van zeep, lotions en andere verkoopbare producten. Ze kregen therapieën aangeboden voor geestelijke hulp.
Geweldig werk, zo hebben we op dat atelier kunnen zien. Er worden ook allerlei curussen gegeven aan jongeren.
Voor het ‘ winkeltje’  van onze stichting kopen wij een aantal producten daar.

Woensdag 20 september
Cobán is een stad van ongeveer 66.000 onwoners. Een rustig stadje. Maar vandaag niet. Er vindt, net als in andere steden van Guatemala, een protestmars plaats tegen president Morales, ook wel denigrerend ‘ paljas’ genoemd.
Hij probeerde een wet door te drijven waarbij oorlogsmisdadigers van de massamoorden in de jaren tachtig vrijuit zouden gaan. De protesten liepen uit op een grote manifestatie tegen de enorme corruptie van de regering en zijn rijke elite.
Wij kwamen te laat aan in Cobán om de manifestatie te kunnen bijwonen. Maar zagen nog wel de borden en de tv-beelden.
De bevolking komt in verzet. Zal dit president Morales verdrijven en een omkeer brengen in Guatemala?

Dinsdag 19 september
Dinsdag rustdag! En: vergaderdag. Na een bezoek aan de markt en het internetcafé spreken Gemma en Johan met de pastores van Tucuru over de mogelijkheden om een landbouwproject voor jongeren op te starten. Het enthousiasme is er in elk geval, dus hopelijk wordt dit onderwerp nog vervolgd.
In de middag discussieert de reisgroep over de jumelage tussen de parochies. Ondertussen is gebleken dat communicatie met de pastores via email hier zeer duur en problematisch is. Facebook werkt wel goed. Wat zijn onze en hún verwachtingen van de uitwisseling en hoe geven we die vorm? Hoeveel contact is nodig om je verbonden te blijven voelen? We denken samen ook na over de verhouding tussen de activiteiten van de stichting Nuenen-Guatemala en de verwerking en duiding hiervan in het licht van het evangelie door de parochie.
’s Avonds spreken we met de pastores over de politieke situatie in Guatemala: morgen zullen er in het hele land demonstraties zijn tegen de corruptie en straffeloosheid onder de regering van president Jimmy Morales. Voor de meeste leden van de reisgroep (Marieke komt volgend weekend nog terug) is dit de laatste avond in Tucuru. Padre Arnoldo roept ons bijeen, en hij en Antonio Jose spreken emotionele woorden over ons bezoek. Ze zijn heel dankbaar dat we er waren en hopen met ons verbonden te blijven. Er zijn in Tucurú veel problemen, maar de padres doen alles wat ze kunnen om die te verlichten; onze betrokkenheid en interesse zijn daarbij belangrijk. Het emotioneert en bemoedigt de padres dat hun strijd – de strijd van de mensen voor wie ze werken – voor een menswaardig bestaan, wordt gezien en gesteund. Zo kunnen we elkaar bekrachtigen in ons verlangen en streven naar een betere wereld, het rijk Gods.
Ook wij spreken onze dank uit: ook voor ons zijn de afgelopen dagen samen met hen indrukwekkend en emotioneel geweest. In Nederland zijn we zo vrij, zo veilig en zo rijk… En toch soms zo arm aan verbondenheid en vreugde. We spreken ook onze dank uit voor de vorstelijke ontvangst: dat de mensen hier, in de armste regio van Guatemala, die zo weinig hebben, ons zoveel hebben gegeven… daar zijn eigenlijk geen woorden voor. Marieke vertelt dat het geloof en het leven hier haar als persoon én als pastor hebben veranderd. En: onze parochie is hun parochie – dus wie weet, op een dag in Nuenen… We krijgen ook nog een afscheidscadeau: een typisch Guatemalteekse handgemaakte tas met prachtige inhoud.
Zondag nemen we definitief afscheid: dan treffen de padres die met Marieke uit Tucuru komen, de rest van de groep voor een lunch in Tactic.
Morgen reizen we naar Coban. We zullen de mensen en de goede zorgen in Tucuru missen! We zien wel uit naar de verkoeling die Coban belooft: in Tucuru is het 34 graden en vochtig, in Coban belooft het een stuk frisser te zijn.

Maandag 18 sept. Tucurú
Dit is de dag van bezoek aan de onderwijsprojecten, die wij ondersteunen. We gaan de weg op naar drie Maya-gemeenschappen in de omgeving.
In elke gemeenschap wonen een paar honderd menden verspreid over de berg.
De jongens en meisjes krijgen tweemaal per week les (de rest van de week werken ze op het land) van een onderwijzeres die met hen in een oud vervallen lokaaltje oefent in rekenen en Spaans. Ze spreken slechts Po Kom ‘chi of Quech ‘chi. De kinderen vertellen ons hoe gemotiveerd ze zijn om na het basisonderwijs verder te willen leren in een beroep. Helaas is de kans op werk niet groot voor hen.
Ouders vertellen bijna huilend hoe blij ze zijn dat wij de cursussen financieel ondersteunen met onze stichting . Ze hopen op een beter leven voor de jonge generatie; een ontsnapping uit de armoede en hen verder verlossen van de frustratie dat de overheid de Mayas lonks laat liggen: geen goede wegen, geen onderwijs, maar slechts tegenwerking van een corrupte overheid.
Wij luisteren geemotioneerd en kunnen alleen maar beloven ons best te doen verder geld te genereren om hen te helpen.

We bezoeken ook een tuinproject waar met onze hulp vaballes verbouwd wordt zoals papayas, koffie, ananas, bananen, … een paradijsje. De potentie van het land is groot maar dan moet eerst de cirkel van : geen educatie – geen sociaal-economische toekomst – geen educatie, doorbroken worden.


Zondag 17 september
Op zondagochtend in Tucurú geen gregoriaans en geen orgelspel, maar swingende Marimbamuziek! En wierook, heel veel wierook. Een dampende kerk, ook van enthousiasme.
Vandaag was de ochtendmis in het Ket’chi, een van de plaatselijke Mayatalen. De inheemse rituelen zijn hier in de katholieke ritus geïntegreerd. De mis wordt er zintuiglijker op dan in Nederland: er is veel te zien (kleurrijke gewaden, bloemen, kaarsen, gebaren), te horen (knallende Marimba, maar ook gillende peuters en blaffende honden, die hier vrijelijk rondlopen) en ook te ruiken (wierook en… ons zweet).
Heilig is voor de Ket’chi: wat nodig is om te leven: de aarde, de elementen – in het bijzonder mais, cacao, licht. De metafoor van het zaaien en oogsten is hier heel belangrijk: wij mensen zaaien, maar wat er daarna gebeurt – dat is allemaal gave, geschenk van moeder aarde, met de zon, licht en water. Tussen ons zaaien en oogsten zit, met andere woorden, een wereld van gulheid en dankbaarheid.
Ook nu weer klonken er warme woorden van welkom: dit keer van padre Arnoldo Tun, die in de bergen hier is opgegroeid en dus Ket’chi spreekt. Hij is pas twee jaar priester en werkt sinds zes maanden in Tucurú, maar zijn charisma en betrokkenheid maken indruk. Hij preekt uit zijn hoofd, midden in de kerk tussen de mensen staand, en hoewel we zijn taal niet spreken, zijn zijn emoties en uitdrukkingen zo levendig dat we vaak toch begrijpen wat hij bedoelt. En gelukkig is pastoraal werker Antonio er ook nog voor de vertaling in het Spaans en Gemma weer voor het Nederlands.
‘Onze parochie is jullie parochie’ zegt Arnoldo, want we zijn allemaal kinderen van dezelfde aarde en dus allen broeders en zusters – toevallig (?) dezelfde woorden als waarmee ‘pastora’ Marieke de groep in haar beste (niet zo beste) Spaans introduceerde. Arnoldo vertelt dat we vandaag niet alleen met drie talen samen zijn – Nederlands, Spaans en Ket’chi – maar met nog veel meer inheemse talen die allen in Tucuru worden gesproken. Kunnen we elkaar dan nog verstaan? Ja! Want hoe onze talen en culturen ook mogen verschillen, we gaan allemaal dezelfde weg van het leven, zoekend naar dezelfde God.
Na de viering discussiëren we tijdens de lunch uitgebreid over de verschillen tussen kerk en liturgie in Nederland en Guatemala. Is de gemeenschap hier hechter, of gewoon ook meer op elkaar aangewezen? Waarom kan deze liturgie sommige groepsleden zoveel meer raken dan die in Nederland? In hoeverre heeft dat te maken met de liturgie en in hoeverre met de culturele context. Duidelijk is, dat we in Nederland misschien wel érg cerebraal zijn, terwijl in Tucuru het dagelijks leven met al zijn facetten veel meer op de voorgrond treedt. We besluiten: het gaat niet om het polariseren van de verschillen, maar om zien waar we dankzij die verschillen van elkaar kunnen leren. De culturen zijn met andere woorden complementair.
Na de lunch gingen we op pad naar Las Flores, een van de afgelegen gemeenschappen. Een hobbelige maar mooie rit van twee uur. Ook hier een prachtige viering in het Ket’chi, met net weer andere Maya-elementen. De bezoekers hadden veel plezier in de introductie door Gemma, en omdat ze ook wel benieuwd waren naar de Nederlandse taal, sprak Marieke in het Nederlands, door Gemma vertaald in het Spaans en vervolgens door Antonio in het Ket’chi:
‘Wij zijn heel blij dat we hier zijn. Dank jullie wel! Wij zijn hier om jullie te ontmoeten en van jullie te leren. We zijn onder de indruk en diep geraakt door jullie cultuur, jullie geloof en jullie leven. We hopen dat jullie er trots op zijn want ook wij leren er veel van. We nemen ze mee in onze gedachten, in ons gebed en in ons hart – mee naar Nederland. Vrede en alle goeds!’
Nog amper bekomen van alle indrukken, wachtte er alweer een verrassing: een uitgebreide maaltijd van plaatselijke specialiteiten. En wéér waren we onder de indruk: dat mensen die zo weinig hebben, zoveel geven…
Op de terugweg naar ‘huis’ bezochten we het vormingscentrum van de zusters van San Vicente de Paul. Hier krijgen dertig meisjes en jonge vrouwen een integrale opleiding: lezen en schrijven, catechese maar ook dansen, zingen en huishoudelijke vaardigheden. De meisjes zijn afkomstig uit de hele regio, en omdat zij meestal uit arme gezinnen komen, is het niet gemakkelijk dit onderwijs te blijven financieren. Van sommigen ontvangen ze donaties in de vorm van bonen of mais, en zelf maken ze spullen om te verkopen.
De meisjes waren net hun dans aan het demonstreren, toen een geweldig onweer uitbrak en het licht uitviel. Gelukkig konden we later vervolgen en zongen zij ook nog een lied. Hoe goed en belangrijk hun opleiding ook is, helaas is er na hun afstuderen amper werk als onderwijzeres te vinden. Of, preciezer gezegd: er is grote behoefte aan leraren, maar geen geld om ze te betalen. De vraag is dus welk perspectief hun opleiding dan biedt. Zuster
Martha denkt wel, dat ze de vaardigheden en het zelfbewustzijn dat ze hier leren, mee nemen naar wat zij in de samenleving ook gaan doe.

Voldaan maar wel zeer moe en vol van alle indrukken komen we in Tucuru thuis. Een koud biertje – met dank aan de padres! – gaat er dan wel in. We praten nog na over hoe we al deze ervaringen en contacten willen meenemen in de plannen van de jumelage tussen de parochies. Nu we hier zijn, is het contact overduidelijk zeer goed, maar hoe gaat dat als we weer in Nuenen zijn? Wat voor contact kunnen we met onze nieuwe hermanos houden, en hoe verhouden zich dan de kwaliteit (we voelen ons verbonden) en de kwantiteit (we wisselen emails uit)? We vermoeden dat in Tucurú vriendschap zich afspeelt hier en nu, en dat die zich in tijd en plaats niet in de vorm van afspraken en telefoontjes uitstrekt… Is de vraag wat de verwachtingen van Tucurú zijn van de jumelage, hier uberhaupt verstaanbaar; en moet je dan een antwoord verwachten in onze ‘afsprekerige’ en ‘uitsprekerige’ taal? Heel zinvolle maar complexe vragen. Gelukkig zijn we hier nog niet weg!


Zaterdag 16 september
Om zeven uur zaten we met de padres,
Antonio José en Arnoldo aan het ontbijt. Nog wat bekaterd van de lange reis, maar ook beduusd van de gastvrijheid die ons hier – in een van de armste regio’s van het land – geboden wordt. De groep slaapt in de pastorie, in kamers met badkamer, en er is een gezamenlijke woonkamer met een koelkast, speciaal voor ons gevuld met bier en water, en een lade vol met chipjes. ‘Ons huis is jullie huis’, zegt padre Arnoldo steeds – maar Marieke vindt het beter dan thuis, zeker als het over je welkom voelen, gastvrijheid, verwend worden zelfs, gaat. Drie keer per dag hoeven we maar aan te schuiven voor een warme maaltijd. Af en toe pannenkoeken bij het ontbijt! En voor Marieke, herstellend van een zware griep, werd er door Arnoldo zelfs anti-griep-thee op tafel gezet.
Zaterdagochtend om 9.00 dan de bijeenkomst met de verschillende vertegenwoordigers van de parochie. Tucurú is zeer uitgestrekt: er zijn 30.000 inwoners van wie een deel in het ‘centrum’ woont, waar de hoofdkerk staat en waar wij logeren, maar daaromheen liggen 14 gemeenschappen, vaak hoog in de bergen, die ook weer zeer uitgestrekt zijn. Die gemeenschappen hebben een eigen kapel, waar bewoners zelf samenkomen en die worden bezocht door de padres en catechisten. Er is in de gemeenschappen grote behoefte aan onderwijs, maar dit is moeilijk te realiseren door de afstanden en een gebrek aan middelen. Is de weg van de asfaltweg naar Tucurú al onverhard en ruig, veel gemeenschappen zijn zeer afgelegen en alleen te voet bereikbaar. Een aantal deelnemers aan de bijeenkomst was om 04.00 thuis lopend vertrokken om om 9.00 bij ons te zijn… Om lessen in dankbaarheid zit de reisgroep bepaald niet verlegen.
Tijdens de bijeenkomst presenteerden de 30 deelnemers zich, en ook de verschillende gemeenschappen en werkgroepen. Pastoraal werker Antonio, zuster Martha en de vrijwilligers van het sociaal pastoraat (‘diaconie’), dorpsoudsten, catecheten. Vertegenwoordigers van de gemeenschappen van onder andere San Antonio, Las Flores en San Geronimo. Bijzondere indruk maakte Abelardo een twintiger die sinds 2 jaar het jongerenpastoraat leidt. Hij vertelde hoe moeilijk het is om jongeren betrokken te houden bij de kerk, en met welke problemen zij te maken hebben. Met name werkloosheid is een groot probleem. Zijn zelfbewustheid en charisma waren buitengewoon. Als de jeugd de toekomst heeft… Dan kunnen mensen als Marco wonderen doen.
De groep presenteerde ons een Mayaritueel en ‘heilige’ traktaktie: chocomelk met een soort tortilla.
Uiteraard stelde ook ‘Nuenen’ zich voor. Dit alles steeds door uitstekend en intensief vertalen door Gemma! We vertelden over hoe onze kerk en samenleving met name te maken hebben met de gevolgen van vergaande individualisering: mensen beleven hun spiritualiteit niet alleen buiten de institutionele kerken, maar kunnen zich uberhaupt moeilijk binden aan een traditie of gemeenschap.
Dan de cadeaus. Gemma vertelde uitgebreid over de zegeningen in de Hooidonkviering en over Marietje, die met zoveel liefde en toewijding rozenkransen maakt. We hadden er precies genoeg voor iedereen en ze werden als een sieraad gedragen! De pastoor nam de paaskaars in ontvangst. En de foto’s, verzorgd door Petra van Laarhoven en Anneriet Driesen, waren een schot in de roos. Mensen in Tucurú hebben amper een voorstelling van hoe ons land en ons leven eruitzien, en bekeken de foto’s met heel veel interesse en ook verbazing. De foto’s van het gilde van Nederwetten, waar groepslid Jan vendelier is, zorgden voor herkenning, want hier spelen de confradia’s (broederschappen) een belangrijke rol.
Het was een indrukwekkende bijeenkomst, vanwege alle armoede waarover we hoorden, maar ook vanwege de kracht en toewijding waarmee pastores en vrijwilligers die proberen te verlichten. De kerk vormt hier een basisgemeenschap zoals we die in het westen niet meer kennen: waarin het geloof in Christus direct verbonden is met de ervaring van concreet lijden. Niet voor niets zie je hier veel afbeeldingen van een gekruisigde Christus te midden van gekruisigde Guatemalteken nu. Misschien dus niet verrassend dat zij zich directer en gemakkelijker met zowel lijden als verlossing in het christendom kunnen identificeren.
Na de bijeenkomst volgde een lunch, bezoek aan het dorpsplein waar het feest van San Miguel in volle gang was, en ’s avonds de presentatie van de reisgroep in de Spaanstalige mis. Gezien de enorme hitte en vochtigheid, én de vele, vele wierook die hier wordt gebrand, mochten we trots zijn op hoe we de ingestudeerde Taizeliederen ten gehore brachten. Ook hier heette de pastoor ons uitgebreid welkom. Hij sprak over hoe belangrijk het is om de Mayacultuur te koesteren, die ons verbindt met de aarde en met onze voorouders. Wat zij ons aan wijsheid en traditie meegeven, zei hij, mogen we herkennen niet als een last, maar als een geschenk, een gave van onschatbare waarde.
En dat wij uit Nederland zover hebben gereisd om díé cultuur te leren kennen, dat draagt zeker aan de trots en het behoud ervan bij.
Natuurlijk stelde Gemma de groep nog voor: een warm applaus – en een warm gevoel, zo welkom te zijn.

16 september
Na een vermoeiende reis van in totaal 27 uren (lange wachttijden, vele douanecontroles,  overstappen) kwamen we vermoeid aan in hotel in Guatemala-city.
Maar de heenreis was nog niet voltooid want de volgende dag moesten we nog eens 8 uren rijden voor we in Tucurú, zusterdorp van onze Nuenense parochie, arriveerden. We werden daar hartelijk ontvangen door de ‘padres’ en aan de tortilla’s met toebehoren gezet. Naderhand nog voldoende energie om al meteen een hele discussie te voeren, niet alleen over de parochie maar vooral over de sociaal-politieke situatie van Guatemala. De corruptie-praktijken zijn nu zo erg dat er on het parlement een crisis is ontstaan, vooral toegespitst op het niet toelaten van stopzetting vervolging daders massa-executies tijdens burgeroorlog. En dan is het vandaag nog wel Nationale Feestdag.


Op weg naar et hotel

15 september
De reisgroep is in Guatemala aangekomen. Na een reis van bijna 30 uur stonden we vannacht toch wel erg pips op het vliegveld. Twee lange vluchten maar vooral ook eindeloze rijen en controles. Met Gemma wier mandarijn werd ingenomen door de politie in Houston, Maria die een flesje Spa rood liet exploderen en Marieke wier koffer door de douane grondig bleek doorzocht. Maar… een redelijke nachtrust in Guatemala-stad en (heel) goede lunch op de weg naar Tucuru doen wonderen.


12 september
Beste vrienden van Stichting Nuenen-Guatemala,
Een delegatie van onze stichting vertrekt donderdag voor een tweede reis naar Guatemala (de eerste was in 2012). Het doel is om onder andere projecten te bezoeken, die wij steunen, en ook om de zusterband van parochie in Nuenen met de parochie in Tucurú te versterken.
Graag willen wij u laten weten dat we daarvan dagelijks verslag willen doen via onze vernieuwde website www.nuenen-guatemala.nl . Tevens kunt u dan

Negro stuwmeer waartegen vroeger Maya protesteerden met gevolg vele doden

die vernieuwde website nader bekijken om bijvoorbeeld te zien welke projecten wij ondersteunen die wij gaan bezoeken.

 

Johan Ebberink
voorzitter Stichting Nuenen-Guatemala


Een reactie op “1 okt. Verslag en foto’s Nuenen-Guatemala reis

  1. door Hans van der Linden

    Beste Guatamala gangers,
    Ik ben erg onder de indruk van het reisverslag en hetgeen jullie aantreffen en meemaken. De vele ontmoetingen stralen een warmte en betrokkenheid uit die mij bemoedigt en ontroert. Ik weet niet wat er allemaal al gebeurt op het vlak van (financiële) ondersteuning vanuit Nuenen, maar is het een idee om na jullie terugkomst een bijeenkomst in de kerk te organiseren, waar jullie verslag doen van jullie reis en een of meerdere in jullie ogen projecten presenteren met de kapitaalsbehoefte om die projecten weer een stuk verder te brengen.

    Hartelijke groeten,

    Hans van der Linden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

© 2017 Parochie Heilig Kruis