Overweging 13 februari Nuenen (Jos Deckers)

Overweging 13 februari Nuenen (Jos Deckers)

Zesde zondag door het jaar B Nuenen / Schijndel 13 en 14 februari 2021

inleiding
Als we de sterreclame op de tv zien dan moeten we maar een vies volkje zijn. Het gaat heel vaak over schoonmaakproducten. Of over hoe we onszelf kunnen verzorgen.
Hoe kunnen we onszelf schoon houden? Of in huis een vlekje wegwerken?
In de Bijbellezingen van deze zondag staat het begrippenpaar rein en onrein centraal.
Maar we zullen ontdekken dat rein en onrein in de bijbel weinig te maken heeft met schoon en vies, met goed of minder goed. Je kunt het beter anders vertalen, zeker naar onze tijd.
Daarover nodigt deze zondag ons uit na te denken.

overweging
Vandaag hoorden we twee korte lezingen over een huidziekte of melaatsheid waarbij het begrippenpaar rein en onrein een belangrijke rol spelen. Het is goed eerst even stil te staan bij dat begrippenpaar rein en onrein. In de talen van de bijbel hebben die woorden een heel andere klank dan in het Nederlands. Daar heeft het niets te maken met schoon en vies, of met goed en fout.
Rein ben je als je goed in staat bent om tot God te naderen of als je open en onomwonden een relatie kunt aangaan met je medemens. Als er iets is waardoor dat niet goed of volledig kan gaan, dan ben je onrein.
Een voorbeeld kan dat verduidelijken: onrein wordt je genoemd als je in contact bent geweest met een overledene. De bijbel gaat ervan uit dat je zozeer geraakt ben door dat overlijden, dat je even ontslagen bent van je verplichtingen tegenover God. En ook in je contacten met medemensen mag je ervanuit gaan dat men ermee rekening houdt dat jou een dierbare is ontvallen. Je kunt even niet anders dan je aandacht helemaal richten om die dierbare die gestorven is. Dat bedoelt de bijbel met onreinheid.

Rein kun je dan ook beter vertalen met passend en geschikt; onrein met niet passend of niet geschikt: je bent niet in staat iets te doen wat je normaal gesproken wel zou doen.

Verder weten we niet goed wat we aan moeten met de term huidziekte. De inzichten over besmettelijke ziekten waren toen natuurlijk heel anders. Dus of er melaatsheid of lepra mee bedoeld is, is ook niet meer te achterhalen.
We weten wel dat deze huidziekte mensen verbood om deel te nemen aan het gewone sociale leven. Daarmee waren zij gedwongen in een vreselijk isolement te leven, een blijvende quarantaine. Zij werden uitgestoten, veroordeeld tot de rand van de samenleving.

De onlangs overleden opperrabbijn van Groot Brittannië, Jonathan Sacks, heeft een aantal interessante opmerkingen geplaatst bij dit gedeelte uit het boek Leviticus.
Allereerst benadrukt hij dat er twee soorten wetsregels zijn. Er zijn regels die vooral iets regelen en ordenen. En er zijn rechtsregels die iets oproepen. Twee voorbeelden. Een rechtsregel die iets regelt of ordent is de wetgeving rond arbeid en inkomen. Die wetten maken geen arbeidsplaatsen maar regelen hoe arbeid en loon op een rechtvaardige manier tot stand komen.
Daarnaast zijn er regels die iets oproepen of in het leven roepen. Een voorbeeld zijn de regels van het kaartspel. Door die regels weet je hoe je bridge, rikken, canasta of jokeren moet spelen. Zonder die regels heb je alleen 52 kartonnetjes met een verschillend plaatje. Zulke regels scheppen dus het spel en maken het mogelijk.

De stelling van die Britse opperrabbijn is: de regels rond rein en onrein in de bijbel zijn zulke regels die iets in leven roepen. Zonder die regels verliest het begrippenpaar rein en onrein zijn betekenis.
Om dat uit te leggen maakt Jonathan Sacks een vergelijking met de sabbat. Ook dat is zo’n scheppende rechtsregel. Want als je gewoon kijkt naar de werkelijkheid dan is de zaterdag, de sabbat, niet anders dan de vrijdag of de zondag. Je kunt aan de werkelijkheid niet zien dat een dag de sabbat is. Dat zit in de beleving van mensen die de sabbat houden omdat God dat zo verordend heeft. Zes dagen kun je je inzetten voor je werk; de zevende dag heeft een andere betekenis: rust om God en elkaar van dienst te kunnen zijn.

Zo is het ook met de regels rond rein en onrein. Iemand die een huidziekte heeft wordt daardoor geen andere mens. Hij blijft een mens, maar met een huidziekte die besmettelijk kan zijn.
Bij dat scheppende karakter van de regels rond rein en onrein sluit Jezus naadloos aan. Hij laat steeds zien dat onze God een scheppende God is, Eén die het leven wil voor iedere mens. God wil niet dat een huidziekte – hoe besmettelijk ook – het mensen onmogelijk maakt een sociaal leven te leiden. Jezus brengt mensen weer terug in de kring; Hij biedt hen die maatschappelijk afgeschreven waren de kans weer terug te keren in de samenleving.

Wat opvalt is dat Jezus in dit teken de melaatse niet op spectaculaire wijze geneest. Van de genezing zelf wordt nauwelijks melding gemaakt. Wat staat er wel in het evangelie?
Jezus ziet de melaatse aan en wordt geraakt door de nood van deze medemens. Zijn maag draaide ervan om, staat er letterlijk.
Door medelijden werd Hij bewogen staat er in onze tekst. Dat is nogal vlak vertaald.
Dan raakt Jezus de man met de huidziekte aan. Dat was tegen alle regels in. Toch maakt Jezus juist met de aanraking opnieuw contact. Zo wordt een relatie met deze medemens weer mogelijk. Deze man weet zich aanvaard; hij weet zich gekend, met al zijn handicaps en tekortkomingen.
Tenslotte zegt Jezus: ‘Ik wil, word rein.’ Zo geeft Hij die man met huidziekte een nieuwe kans op volwaardig leven. Jezus sluit aan bij de scheppingskracht van God, die geen God van doden is maar van levenden. En dat helpt: meteen was die man genezen.

De melaatse krijgt tenslotte de opdracht zich alleen te laten zien aan de priesters. Die moesten toen constateren dat iemand genezen was en weer terug kon keren in de dienst aan God in de tempel en daarmee terug kon keren in de samenleving. En daarbij vraagt Jezus hem uitdrukkelijk het nog niet bekend te maken aan iedereen.
Jezus beseft dat Hij zich dan niet meer in de stad kan vertonen om zijn prediking voort te zetten. Hij zal zich op eenzame plaatsen moeten ophouden. Dat strookt niet met zijn taak de blijde boodschap te verkondigen en het rijk van vrede en gerechtigheid aan te kondigen.
Zo zorgt die genezen man er ondanks zijn genezing voor dat Jezus niet toekomt aan zijn opdracht. Maar toch weten mensen Hem te vinden, vermeldt het evangelie hoopvol.

Wat kunnen wij nu leren van deze lezingen?
Allereerst dat een aantal regels in de bijbel vooral vorm willen geven aan scheppingskracht. Het gaat niet om geboden en verboden maar om het leven dat God wil voor iedere mens, zoals Jezus steeds heeft laten zien. Dat was immers zijn opdracht: het rijk van gerechtigheid en vrede aankondigen en er een begin mee maken, zodat mensen tot hun recht, tot voluit leven konden komen.
Ten tweede valt in het evangelie de drieslag op: zien, geraakt worden en handelen. Zo geneest Jezus deze man: Hij zag de nood van die man, Hij werd ten diepste daardoor geraakt en Hij raakte die man aan; Jezus herstelde het contact en dat bracht die man weer tot leven en samenleven.
En tenslotte: ook al lopen zaken in je leven heel anders dan verwacht of bedoeld, God geeft er soms een heel andere draai aan. Ondanks dat Jezus zich niet meer in de stad kon vertonen kwamen de mensen toch naar Hem toe om zijn boodschap te horen. Zo roept Hij ook vandaag ons op Hem te volgen.

Mogen wij ook ons zo laten raken door de roep van onze medemens in nood en in Gods naam eraan meewerken dat zij hun leven weer vorm kunnen geven. Amen

Jos Deckers, pastoraal werker em.

© 2021 Parochie Heilig Kruis