Gedragscode Pastoraat

Gedragscode Pastoraat

Gedragscode Pastoraat


 Toelichting bij de gedragscode sociale veiligheid Parochie H. Kruis Nuenen

– Algemeen

Wanneer de sociale veiligheid in de parochie geschonden wordt kan dat in principe (zolang er geen leidinggevende van de parochie bij betrokken is) niet gezien worden als iets dat de parochie verweten kan worden, of waarvoor zij verantwoordelijkheid draagt. Het is dan ook zaak dat de parochie afstand houdt tot dat gebeuren om te voorkomen dat ze erdoor als het ware besmet raakt. Wel is het in haar belang dat het risico op schendingen van de sociale veiligheid zoveel mogelijk beperkt blijft en dat eventuele misdragingen correct gecorrigeerd worden. Ze wil immers een sociaal veilige omgeving vormen.

Om een en ander te bereiken heeft de parochie de gedragscode sociale veiligheid aangenomen, waarin de afhandeling van onverhoopte inbreuken op de sociale veiligheid in handen wordt gelegd van een vertrouwenspersoon. Die heeft tot taak de kwestie onafhankelijk van de parochie en haar organen te behandelen en daarbij vooral de belangen van het slachtoffer in het oog te houden.

Artikel 1

Inbreuken op de sociale veiligheid kunnen gevoelig en gecompliceerd zijn. Daarom voorziet de gedragscode in een klankbord voor de vertrouwenspersoon in de vorm van een klachtencommissie. Hij blijft weliswaar bevoegd zelfstandig te acteren, maar dient zich wel in alles van te voren te laten adviseren door de medeleden van de klachtencommissie.

Artikel 2

De gedragscode vermeldt dat handelingen die strijdig zijn met de sociale veiligheid bij de vertrouwenspersoon aan de orde gesteld zullen worden. Hierbij moet echter aangetekend worden dat de gedragscode uitsluitend direct bindend is voor de parochie zelf, d.w.z. de parochie als instelling. Anderen, zoals leden van bestuur en pastoraatsgroep, pastores vrijwilligers zijn er strikt genomen niet eerder aan gehouden dan nadat zij de gedragscode geaccepteerd hebben Het verdient aanbeveling dat bijv. vrijwilligers die met minderjarigen te maken hebben, de pastores en leden van PB en PV de gedragscode met hun handtekening uitdrukkelijk aanvaarden. In dat geval kunnen dezen uitsluitend de vertrouwenspersoon met een klacht benaderen. In dat geval zijn zij ook gehouden klachten van anderen die bij hen terecht komen door te verwijzen naar de vertrouwenspersoon en zich er zelf afzijdig van te houden.

Artikel 3

Er is in dit artikel als het ware een drietrap van ernst ingebouwd: De eerste trap doelt op gevallen die door de vertrouwenspersoon op te lossen zijn. Lukt dat niet dan gaat de vertrouwenspersoon over tot ondersteunen en informeren. Maar het kan ook zijn, en dat is de derde trap, dat de situatie initiatief van de vertrouwenspersoon eist.
In alle gevallen beoordeelt de vertrouwenspersoon zelf de situatie en beslist hij op eigen gezag hoe hij de kwestie zal aanpakken. Vereist is echter wel dat hij het belang van de klager laat prevaleren.
Uiteraard ligt het in de lijn van een verantwoorde aanpak dat de vertrouwenspersoon zich ook laat adviseren door het landelijke meldpunt van de bisschoppen in Nederland wanneer daartoe naar zijn oordeel aanleiding is.

Artikel 4

Dit artikel bevat een meldplicht ingeval iemand constateert of redelijkerwijs kan vermoeden dat een minderjarige slachtoffer is van inbreuk op diens sociale veiligheid. Een reden om de vrijwilligers die met minderjarigen omgaan de gedragscode van de parochie voor akkoord te laten tekenen.

Artikel 5

De vraag is gesteld of de pastoor niet direct op de hoogte gesteld moet worden van inbreuken. Het antwoord daarop is negatief gezien het hiervoor vermelde dat de parochie het risico moet vermijden in de kwestie betrokken te raken. Het past ook niet bij de onafhankelijke positie van de vertrouwenspersoon en diens plicht tot geheimhouding om de eindverantwoordelijke pastoor meteen al te informeren. Het is ook de vraag of dat zin zou hebben aangezien de pastoor met de informatie niets kan. Met het instellen van een onafhankelijk vertrouwens persoon wil de parochie een adequate en onafhankelijke aanpak garanderen waarbij het belang van klager voorop staat.
Een en ander neemt natuurlijk niet weg dat de vertrouwenspersoon moet rapporteren en verantwoording afleggen aan het parochiebestuur. Maar hij bepaalt zelf wanneer de tijd daarvoor rijp is.
Het spreekt overigens voor zich dat de vertrouwenspersoon het parochiebestuur zal informeren zodra daarvoor dringende redenen zijn. Denk aan een situatie dat een klacht in de openbaarheid dreigt te komen. Daar komt bij dat de vertrouwenspersoon zich steeds – dus ook over de noodzaak of de wenselijkheid om de leiding van de parochie te informeren – zal laten adviseren door de twee overige leden van de klachtencommissie. Ook in de contacten met het meldpunt zal de vertrouwenspersoon waar nodig advies ontvangen over het geven van informatie aan het parochiebestuur. De leiding van de parochie zal zich dus geen zorgen hoeven te maken dat de vertrouwenspersoon haar de noodzakelijke informatie zal onthouden.
In een protocol over de behandeling van klachten, zal het onderwerp informeren van en verantwoorden aan het parochiebestuur overigens nog nader uitgewerkt worden.

17 09 2019

© 2020 Parochie Heilig Kruis