Overweging 2019-03-03 Nuenen Jos Deckers

Overweging 2019-03-03 Nuenen Jos Deckers

Overweging 8e zondag door het jaar C                             3 maart 2019

inleiding
Van buiten zijn wij  hier, binnen bijeengekomen, terwijl het feestgedruis van Carnaval wat stilgevallen is op deze ochtend. We zijn samen gekomen met onze vragen,  onze meningen, onze gevoelens, onze woorden van dit moment.
Vandaag worden wij uitgedaagd na te denken over wat werkelijk waarde heeft voor ons leven: wat vinden we belangrijk?
Hier willen wij  stil staan bij vragen als: wat  is waar, wat is van waarde voor ons? En: wat  past meer bij de waan van de dag?
We plaatsen ons handelen en spreken in het licht van de woorden die hier klinken in de lezingen van deze zondag.
We plaatsen ons leven onder Gods Naam.

overweging
Waar is een mens aan te herkennen? Dat kan het uiterlijk zijn, bijzondere kenmerken, een eigenaardig loopje, een bepaald tempo. Als je dat loopje hoort, dan weet je: hij of zij komt eraan. Waar is een mens aan te herkennen? Als je naar cartoontekeningen kijkt dan zie dat bepaalde eigenschappen of kenmerken sterk worden uitvergroot. Maar wij weten dan precies wanneer president Trump bedoeld is door een mannenfiguur te tekenen met een geweldige blonde of geblondeerde haarbos. Die is icoon geworden voor de Amerikaanse president, zoals vroeger de handtas dat was voor de Engelse premier Thatcher of nu de schoenen voor Theresa May. Zo werkt dat blijkbaar als je door middel van één enkel beeld iets wilt duidelijk maken.

Waar is een mens aan te herkennen? Jezus geeft vandaag een ander antwoord aan zijn leerlingen. Hij zegt: let maar op wat een mens doet, wat een mens doet aan goede of aan verkeerde dingen. ‘Een goede mens brengt uit de schatkamer van zijn hart het goede voort, maar een slecht mens brengt uit zijn slechte schatkamer het slechte voort; want waar het hart vol van is, daarvan loop de mond over.’

Jezus maakt een vergelijking met een boom die met zijn wortels reikt aan stromend water.
Dat is een bekend beeld uit de bijbel. Het psalmenboek begint er ook mee: ‘Welgelukzalig is de mens die niet meegaat met wie kwaad doen (..) maar vreugde vindt in de wet van de Eeuwige, en zich verdiept in zijn wet, dag en nacht.’ En de psalm gaat dan verder: ‘Hij zal zijn als een boom, geplant aan stromend water. Op tijd draagt hij vrucht, zijn bladeren verdorren niet. Alles wat hij (wat zo’n mens) doet komt tot bloei.’

Het gedeelte dat we vandaag gehoord hebben is het slot van de Bergrede in de versie van het Lukasevangelie. Die is wat korter dan de beroemde Bergrede uit het Mattheusevangelie die met de zaligsprekingen begint.
Maar beide toespraken hebben gemeen dat ze aan het begin staan van Jezus’ optreden als rondtrekkend Leraar en Rabbi. Beide versies van die toespraak laten horen wat de kern zal zijn van Jezus’ woorden en optreden. Hij geeft zijn beginselprogramma af. Hij roept op tot navolging, luisteren naar het eigene van Gods lering én die Hij roept ertoe op dat wij die woorden in praktijk brengen. Als je zo leeft dan lijk je op een mens op die boom geplant aan levend water.

Dat is een bekend beeld in de bijbel: we hoorden het ook al in de eerste lezing uit het boek wijsheid van Jezus Sirach, al ligt daar het accent op de woorden die een mens spreekt en die getuigen van zijn of haar gesteldheid en levensoriëntatie. Maar ook daar wordt die vergelijking gemaakt met een boom. Zoals je aan de vruchten van een boom kunt herkennen om welke boom het gaat, zo kun je aan wat een mens zegt en doet, ontdekken hoe deze mens in het leven staat. En zo zongen we het ook uit in de antwoordpsalm van deze zondag: wie mag bestijgen de berg van de Heer, wie mag staan in zijn heilig domein? Die rein is van hart – zo luidt het antwoord. Want uit je innerlijk komen woorden en daden voort die een uiting zijn van je innerlijk.
Het gebruik van deze beeldspraak van een boom aan het levend water  is daarmee een voortdurende oproep een mens uit één stuk te zijn, een echte mens, een vrouw of man die ertoe doet. Zo mogen we vandaag ook Jezus’ woorden verstaan en die van zijn naamgenoot van enkele eeuwen daarvoor.

Ik wil u wijzen op twee eigenaardigheden. Allereerst situeert Lukas de Bergrede niet op een berg maar juist in de vlakte. Hij begint dit hoofdstuk met: Toen Jezus met zijn leerlingen de berg was afgedaald, bleef Hij staan op een plek waar het vlak was. Daarom wordt die eerste toespraak van Jezus bij Lukas ook wel de rede in de vlakte genoemd. Maar in beide gevallen gaat het wel om de eerste grote toespraak en daarmee om een soort beginselprogramma van Jezus. En ik vind het wel iets hebben: een toespraak op een berg suggereert dat het om verheven, belangrijke woorden gaat. Een toespraak in de vlakte wijst erop dat er om een boodschap gaat met twee benen op de grond. Zonder al te veel poespas – gewoon – recht voor zijn raap. Hier sta ik voor – zegt Jezus; dit verwacht Ik van mijn volgelingen.

En het tweede: deze lezing past wonderwel bij het feest van Carnaval. Ook al dossen de feestgangers zich heel anders uit dan op andere dagen, het gaat er toch om te komen tot de kern van de mens die je bent. Niet gedwongen in een maatschappelijk keuslijf van vaste regels en gewoontes, maar juist dat doorbrekend om te ontdekken wie je als mens mag en kan zijn. En in die zin is de evangelielezing van deze zondag een mooie overgang naar de Veertigdagentijd die woensdag begint als voorbereiding op het paasfeest, een tijd van bezinning op onze roeping als christen.

Mogen wij die roeping steeds beter horen en verstaan. Amen

Jos Deckers, pastoraal werker em.

© 2021 Parochie Heilig Kruis