Overweging 2019-04-21 Nederwetten Jos Deckers

Overweging 2019-04-21 Nederwetten Jos Deckers

Overweging Eerste Paasdag, eerste zondag van Pasen        Nederwetten, 21 april 2019

inleiding
Kunnen we wel Pasen vieren? Als je naar het nieuws luistert vallen vooral de negatieve berichten op. Aanslagen, brand in de Notre Dame, een veerboot die verongelukt, oorlog en geweld op veel plaatsen. Kunnen we wel Pasen vieren?
We mogen ons steeds dit voor ogen houden: Pasen is het feest van het en toch, het feest van het onverwachte en hoopvolle, het nieuwe leven ondanks de dood.
Dat is natuurlijk mooi gezegd maar zo eenvoudig gaat geloven in dat nieuwe leven niet.
Het lijkt makkelijk de boodschap van Pasen zomaar aan te nemen.
Maar steeds knaagt de twijfel: zou het wel waar kunnen zijn?
Dat zien we ook in de lezingen vandaag. Ook daar komen twijfel en ongeloof voor.
Ook dan worden twijfel en verwarring heel serieus genomen. Juist daar zien we vrienden van Jezus stappen zetten in hun ontwikkeling als gelovige.
Vertrouwen op het nieuwe leven van Jezus gaat niet vanzelf, zelfs niet bij die eerste leerlingen. Laten we ons maar bij hen aansluiten.

overweging
Kunnen we wel Pasen vieren? Als je de laatste weken het nieuws volgt, dan wordt het je zwaar te moede. Oorlog en geweld op zoveel plaatsen op onze wereld. Overstromingen in zuidelijk Afrika en Iran; gevechten in Jemen en Libië. En dan die vreselijke brand in Parijs.
Kunnen we wel Pasen vieren? Of roept zo’n feest vooral onbegrip op en verwarring, twijfel en het niet meer weten?

Als we twijfelen of in verwarring zijn, dan zijn we in goed gezelschap. Ook de eerste leerlingen kenden verwarring en onbegrip.
Petrus en Johannes rennen naar het graf, nadat Maria Magdalena helemaal overstuur bij hen gekomen is met een vreemd, verwarrend verhaal. De leerlingen vinden het maar kletspraat maar ze rennen toch naar het graf. Dan staan zij ook als aan de grond genageld.
Verwarring alom.

Het evangelie van vandaag biedt een eerste reactie op de verrijzenis van Jezus. Het is natuurlijk geen krantenverslag of een journaalbericht. Het is geloofsduiding achteraf. Als Johannes zijn evangelie optekent zijn er zo’n 60 jaar verstreken sinds de dood en de verrijzenis van Jezus.
Johannes wil dan ook geen nieuws doorgeven; de mensen in zijn gemeente wisten allang van de verrijzenis van Jezus. Johannes wil de betekenis daarvan duidelijk maken voor de christenen om hem heen én daarmee voor ons.

Twee werkwoorden spelen een centrale rol in het Johannesevangelie: zien en geloven.
Zien: de eerste leerlingen zien de steen weggerold, ze zien alleen een leeg graf (Johannes), een jongeman in het graf (Marcus) of engelen (Mattheus en Lucas). Tegelijk zien ze niet: ze kunnen nog geen betekenis geven aan wat er gebeurd is.
Ze schrikken alleen, ze zijn bang en weten niet wat ze moeten doen.
Dat is de eerste stap: schrik en verwarring.

Maar het verhaal gaat verder; er volgt een tweede stap. Als er tot hen gesproken wordt ontstaat er iets van begrijpen. Maria Magdalena begrijpt pas als Jezus haar verschijnt en haar met haar naam aanspreekt. Zo maakt Jezus opnieuw verbinding met haar. De liefde maakt haar ziende. Ze wordt door Hem aangesproken: zij laat zich aanspreken en herkent dan Jezus, zo lezen we in het vervolg van dit verhaal.
Zover is het vandaag nog niet. Petrus kijkt alleen maar en hij ziet alleen maar leegte: een leeg graf, lege doeken die om Jezus gewikkeld zijn geweest. Leegte en verwarring alom.
De geliefde leerling, Johannes, durft een stap verder te gaan. Hij gaat het graf echt binnen; hij ziet en komt tot geloven. Hij is de leerling met een speciale band met Jezus. Juist die verbondenheid maakt dat – net als bij Maria straks – zijn ogen open gaan. Hij ziet niet alleen, hij begrijpt ook het nieuwe leven van Jezus.

We hebben hier twee reacties van zien en wel of niet geloven:  de leerlingen zagen allemaal hetzelfde: leegte en verwarring, twijfel en ontzetting. Juist die verwarring en twijfel maken het verhaal zo geloofwaardig en voor ons herkenbaar.
Maar als de leerlingen een stap verder durven te gaan, als zij zich durven laten aanspreken, dan ontstaat er een begin van begrijpen.
Als zij zich durven laten raken vanuit hun liefde voor Jezus, hun verbondenheid met God, dan ontstaat er uitzicht.
Het kan toch niet zo zijn dat iemand die zo geleefd heeft naar Gods bedoelingen ineens weg is. Het kan toch niet zijn dat dood en verderf, oorlog en geweld het laatste woord hebben?

Vanuit dat besef kunnen de vrienden van Jezus een stap verder gaan. Zij zien en gaan geloven. Zij begrijpen wat ze zelf niet hadden kunnen verzinnen: God laat zien dat Hij het laatste woord heeft – en niet dood en geweld.
Voltooiing gebracht. Jezus’ leven was gekenmerkt door inzet voor de ander, voor de mensen aan de rand van de samenleving, voor hen die buitengesloten werden. Zij konden opnieuw deel nemen aan het leven, door Jezus. En toch moest Hij de meest smadelijke dood moest ondergaan.
Maar God liet het niet daarbij. Ook Jezus kreeg een nieuwe kans: een leven als de verrezen Heer.Dat beginnen de leerlingen, Jezus’ vrienden te begrijpen op die eerste morgen van de nieuwe week. Zij zien niet alleen maar beginnen ook te geloven.

De eerste lezing van deze zondag vertelt opnieuw over Petrus. Maar de situatie is dan flink veranderd. De verwarring en het onbegrip van de eerste dag zijn verdwenen.
Petrus is een gelovige die tot een diepe overtuiging is gekomen. Zijn toespraak gaat niet over feiten maar spreekt vanuit die diepe overtuiging: Jezus is wel gestorven aan het kruis maar Hij leeft op een nieuwe wijze voort. Bij zijn Vader in de hemel.
Het is anders dan voor zijn dood. Jezus is er op een wijze die van het goddelijke vervuld is. Hij is de Levende en degene die leven doorgeeft. De Helper, de heilige Geest, heeft Hij geschonken.
Daarvan worden zijn vrienden getuigen: hun enthousiasme kent geen grenzen. Zij willen iedereen laten delen in die diepe overtuiging dat niet dood en geweld het laatste woord hebben, maar het nieuwe leven, het leven zoals door God bedoeld en waartoe mensen zijn geroepen.

Dat mogen ook wij vasthouden. Ook al is ons geloof vaak een tastend geloven, we mogen daar toch op blijven vertrouwen: en toch heeft de Eeuwige het laatste woord; en toch is er leven ondanks de dood.
Net als de mensen in Parijs laten we ons niet klein krijgen, ondanks alle negativiteit die er in ons bestaan voorkomt, of het nu in de wereld is of in ons eigen leven. Net als zijn vrienden Petrus, Johannes en Maria Magdalena mogen ook wij groeien in ons gelovig vertrouwen. Daartoe nodigt het paasfeest ons uit.
Dan zullen ook wij de Helper, Gods heilige Geest, ontvangen die ons gelovig vertrouwen mag versterken in de Heer van alle leven. Moge dat zo zijn!

Jos Deckers, pastoraal werker em.

 

© 2021 Parochie Heilig Kruis