Overweging 2019-08-11 Nederwetten Jos Deckers

Overweging 2019-08-11 Nederwetten Jos Deckers

Overweging 19e zondag jaar C                  Nederwetten en Schijndel 11 augustus 2019

inleiding
In 1952 schreef Samuel Beckett een indrukwekkend toneelstuk Wachten op Godot. Twee verlopen zwervers houden elkaar gezelschap en hopen op betere tijden. Keer op keer komt er een boodschapper langs die dan zegt: ‘Mijnheer Godot kan vandaag niet komen, maar morgen komt hij zeker.’ En morgen zegt die boodschapper hetzelfde. En overmorgen en de dag daarna ook weer. Hoop doet leven? Dat is het gezegde maar is dat waar? Doet hoop wel leven? Of is hoop een fopspeen? Dat zijn de wezenlijke levensvragen waar deze zondag bij stil wil staan.
In de Schrift doet God zijn uiterste best om te laten zien dat Hij geen fopspeen is. En soms – al is het maar even – zie je daar echt iets van: dat Hij toch een God van bevrijding is en van uitzicht, een God van het ware leven. Zo zullen we het ook horen in de lezingen van deze zondag; ze nodigen ons uit stil te staan bij onze eigen levenshouding, bij de hoop en het geloof vanwaaruit wij kunnen leven.

overweging
Het is goed even stil te staan bij de vraag: hoe staat deze tekst in het geheel van Lucasevangelie?
Laten we teruggaan naar het evangelie van afgelopen zondag. Toen hoorden we over het verzamelen van schatten en het opslaan van aardse goederen. Dat is niet het belangrijkste war een mens op uit moet zijn, zegt Jezus. Het gaat om inzet voor de ander, je medemens en vooral je medemens in nood. Daarnaast moet je je richten op die Ander met hoofdletter die we God noemen. Dat is de kern van de navolging; daar is het God – en Jezus – om te doen: inzet voor je medemens; God recht doen.

Dan volgen in het Lukasevangelie regels die we beter kennen uit de Bergrede van het Mattheusevangelie. Daarom slaat het lezingenboek die regels over in de keuze voor de zondagen. Ik noem ze toch even: Wees niet bezorgd over wat je moet eten en drinken of wat je moet aantrekken, uw Vader weet wel wat ge nodig hebt. Kijk maar naar de lelies op het veld; ze spinnen niet en weven niet maar zelfs de legendarische koning Salomo was niet gekleed als een van hen.
De conclusie van Jezus voor zijn leerlingen is: Zoek eerst het koninkrijk van God en alles zal u daarbij gegeven worden. Dan begint de tekst van deze zondag.

En ook vandaag herhaalt Jezus dat het verzamelen van aardse schatten niet het belangrijkste in een mensenleven kan zijn maar inzet voor je medemens in nood. Waar je schat is zal ook je hart zijn. En Hij belooft – in Gods naam – dat aan mensen die zo leven het koninkrijk van God ten deel zal vallen: bij zulke mensen wil God thuis zijn en thuis komen.

Maar Jezus voegt er vandaag nog iets aan toe: het gaat ook om waakzaamheid; Jezus vraagt om oplettendheid en zorgen dat je gereed bent als de Heer komt.

Daarmee spreekt het evangeliegedeelte van deze zondag over een serieus pastoraal probleem dat speelde aan het einde van de eerste eeuw.

Wat was het geval? De eindredactie van het Lucasevangelie vond waarschijnlijk pas na het jaar 70 plaats. Lucas beschrijft als enige heel gedetailleerd hoe de opstand van het joodse volk tegen de Romeinen onderdrukt werd. In 67 waren de joden in opstand gekomen. Aanvankelijk met succes maar dan komen de Romeinen terug met twee grote legers en zij verslaan de opstandelingen. Veel steden en als laatste Jeruzalem worden belegerd en ingenomen en vervolgens grotendeels verwoest en platgebrand. Zo gaan ook Jeruzalem en de tempel in vlammen op nadat ze leeggeroofd zijn. In beschrijvingen uit die tijd en  op de triomfboog van Titus in Rome vind je nog altijd een getuigenis daarvan.

Dat oorlogsgeweld met vele doden en die verwoesting van veel steden en ook nog Jeruzalem en de tempel vormden niet alleen een probleem voor de joden maar ook voor de christenen. Zou de Messias niet terug komen en zijn rijk op aarde gaan vestigen? Had Jezus dat niet voorzegd en beloofd? En aan zijn wederkomst zou veel oorlogsgeweld voorafgaan maar was het niet genoeg wat er gebeurd was in het land?

Kortom: een serieus pastoraal probleem: hebben wij ons vergist in de wederkomst van de Messias? Hebben wij als christenen verkeerde verwachtingen gehad?

Het Lukasevangelie geeft als antwoord een oproep om toch maar waakzaam te blijven. Een uitnodiging om te blijven letten op de tekenen van de tijd. Dus niet alleen maar lijdzaam afwachten.
En Lukas wijst ook een andere begrijpelijke reactie af: niet gaan feesten en het ervan nemen omdat de Heer toch niet zal komen. Het evangelie roept zijn toehoorders en lezers op tot blijvende waakzaamheid en werkzaamheid, tot blijven hopen op en geloven in een betere toekomst  en tegelijk je daarvoor inzetten.

Wat kunnen wij ervan leren?
Allereerst ligt er nadruk op het blijven navolgen en niet de moed opgeven.
Hoop is blijvend; hoop op een betere toekomst kun je niet opgeven.  Daar sluit ook de eerste lezing op door ons te herinneren aan de uittocht uit Egypte.
Zoals God zijn volk bevrijd heeft uit het slavenhuis, zo zal Hij zich ook om ons bekommeren. Daar wijst de eerste lezing ons op: die blijvende trouw van God is de basis van onze hoop.

Maar we kunnen ook denken aan getuigenissen uit onze tijd. Zoals van de Nederlandse Jodin en mystica Etty Hillesum die wist dat ook zij spoedig gedeporteerd zou worden. Toch kon zij in haar dagboek schrijven: ‘Het zal geen enkele SS-officier ooit lukken dat ik hem ga haten.’
Of we kunnen denken aan het indrukwekkende getuigenis van een jonge man met Marokkaanse wortels die in Brussel woont: Mohamed El Bachirii. Hij is de man van Loubna Lafquiri, die enkele jaren geleden omgekomen is bij de aanslag op het metrostation Maalbeek in die stad. Hij schreef kort na de dood van zijn vrouw: Ik blijf overeind door haar liefde en om haar te eren en te tonen wie ze was, voel ik mij verplicht de boodschap van liefde, vrede, verbondenheid en menselijkheid over te brengen; om te tonen dat wij uiteindelijk allemaal mensen zijn met dezelfde angsten en dromen.

Blijven hopen en geloven dat het kan: een wereld waar God thuis wil komen bij mensen, een rijk van gerechtigheid en vrede. Dat is de eerste uitnodiging van deze zondag.

En de andere sluiten daar direct bij aan: waakzaam zijn, letten op de tekenen van onze tijd, op de vragen die zich aan ons voordoen en de noden die ons vragen in actie te komen.
Het is dus geen blind vertrouwen en zeggen: ‘Ach, het komt wel goed.’
Steeds gaat het om waakzaam zijn, oog hebben voor de vraag van de ander, onze medemens in nood. Waakzaam zijn wil dan ook zeggen voorbereidingen treffen, eraan werken die nood te lenigen of minstens te verminderen. Daarbij mogen we ons laten leiden door Jezus’ woorden en manier van leven.
Het is tegelijk ook: erop durven vertrouwen dat het goed kán komen, dat God onverwachte mogelijkheden heeft die wij nog niet kennen of herkennen.
Tot zo’n positieve kijk in het leven, en tot een inzet om gerechtigheid en vrede dichterbij te brengen, toept Jezus ons vandaag op. Zo brengen we Gods gerechtigheid dichterbij en kan Hij bij ons komen en verblijf bij ons houden.
Moge dat zo zijn!

 

© 2021 Parochie Heilig Kruis