Overweging 2019-12-25 Nuenen Jos Deckers

Overweging 2019-12-25 Nuenen Jos Deckers

Overweging Dagmis Eerste Kerstdag                              Nuenen 25 december 2019

Als je mensen vraagt naar welke Kerstverhalen in de bijbel staan, dan kunnen de meesten je twee verhalen vertellen: de geboorte van Jezus in een stal in Bethlehem met het bezoek van de herders; we hoorden het gisteravond in de Nachtmis. En het tweede verhaal spreekt ook over de geboorte van Jezus met het bezoek van de wijzen uit het Oosten. We lezen dat op het feest van de Openbaring, het bekend worden van de Heer; bij ons is dit feest beter bekend als Driekoningen.
Het zijn de geboorteverhalen van de evangelies volgens Lukas en Mattheus. Die zijn het meest verspreid.

Toen Johannes zijn evangelie schreef kende hij die beide teksten. Hij had de behoefte er nog een aan toe te voegen, dat nog veel meer focust op de betekenis van Jezus. Wie Jezus is en wat Hij betekent voor ons, mensen, dat vormt de kern van het begin van het Johannesevangelie.
Het is durven wat Johannes doet: je boekje over Jezus beginnen met een gedicht. Maar hij doet het om de betekenis van Jezus duidelijk te maken. Hij schrijft dit gedicht als een soort voorwoord, een woord vooraf, een opmaat in muzikale zin. Alle schrijvers die een voorwoord aan hun boek toevoegen schrijven dat pas aan het einde, als het boek nagenoeg klaar is. Omdat zij dan de volle verhaallijn kunnen overzien en weten wat de lijn van hun verhaal zal worden. Daarmee is de proloog van het Johannesevangelie goed getekend; het geeft een samenvatting van waar het evangelie voor staat.

Je kunt Johannes’ gedicht in twee zinnen samenvatten: het woord is vlees geworden en heeft onder ons verbleven. En: wij hebben zijn heerlijkheid gezien, vol genade en waarheid.

Het woord is vlees geworden. Daar is Johannes zijn voorwoord mee begonnen. Om dat begrip goed te verstaan moeten we even denken aan een kraamvisite. Dan wordt de baby vaak getoond aan het bezoek dat zich dan afvraagt: waar lijkt hij op? Welke trekken heeft zij meegekregen? Lijkt dit kind meer op de kant van de vader of op de familie van de moeder? Dat is ook een vraag voor het Johannesevangelie als hij Jezus wil aanduiden. Waar lijkt Hij eigenlijk op? Welke persoon wordt in hem zichtbaar?
En het antwoord van Johannes luidt: Jezus is sprekend God; de Zoon lijkt sprekend op de Vader. Al vanaf de schepping maakt God duidelijk dat Hij een God van het leven is die het beste wil voor zijn mensen. En ook Jezus heeft dat ten volle laten zien: Hij heeft – in Gods naam – zieken genezen, mensen die uitgestoten waren teruggebracht in de kring. Ja zelfs doden stonden op. Zo liet Jezus zien dat onze God een God van leven is. Hij lijkt sterk op God. De Zoon is sprekend de Vader. En dat noemt Johannes het Woord van God.
Het Woord is Gods scheppingskracht die tot leven roept. Dat Woord, die scheppingskracht, is in Jezus ten volle aan het licht gekomen en heeft zo onder ons gewoond.

En we hebben zijn heerlijkheid gezien, vol genade en waarheid. Heerlijkheid duidt op de kracht van God die in Jezus aan het licht kwam, zijn inzet voor de minsten, zijn keuze voor mensen die door anderen afgeschreven werden. Kortom: zijn keuze die het leven wil voor alle mensen. Daarin komt Gods liefde, zijn genade, aan het licht; daarin wordt zijn trouw, zijn waarachtigheid openbaar.
Het woord is vlees geworden, schrijft Johannes. Jezus’ geboorte komt niet uit de lucht vallen; Hij is geen hemels wezen dat op aarde wordt gedropt. Hij is een mensenkind als ieder ander, maar wel een mens in wie God zelf op aarde verschenen is. Hijzelf zal dan ook een voorkeur hebben voor de titel Mensenzoon als men hem later vraagt wie Hij is.

Daarom is het goed bij het Kerstfeest ook te kijken naar onze tijd, want ook ons mag dit gebeuren dat de Mensenzoon in ons midden komt. Net zoals in dit stukje evangelie tegenkrachten genoemd werden en het duister en het niet aanvaarden van het licht, zo mogen we ook kijken naar wat ons bedrukt.
En wat ons bedrukt moeten ook wij serieus nemen. Of het nu tegenslagen in ons persoonlijk leven zijn, als onzekerheid over je werk, of over je gezondheid of die van mensen om wie je veel geeft.
Of dat je afscheid hebt moeten nemen van iemand die heel dierbaar was en blijft. Persoonlijke zorgen en pijnpunten.
Maar ook de maatschappelijke werkelijkheid moeten we serieus nemen.

Kijken naar klimaatproblemen die weer aan de orde kwamen op de VN-conferentie in Madrid waar het niet lukte om goede afspraken te maken en de problematiek vooruitgeschoven werd. Of in de protesten van de boeren die gekweld worden door onzekerheid in het overheidsbeleid, klem zitten tussen banken en inkoopcombinaties van de grote supermarkten en hun eigen zorgen om een goed inkomen te kunnen bereiken. We leven wat dat betreft in een onzekere tijd waarin de doelstellingen wel duidelijk zijn maar niet de goede wegen om die klimaatdoelen te bereiken.

Johannes gebruikt in zijn geboortegedicht grote woorden, ontleend aan het Oude Testament, aan het verhaal van de schepping maar vooral ook ontleend aan de profeten, met name aan Jesaja. We hoorden hem op alle zondagen van de Advent, we hoorden hem opnieuw in de eerste lezing van deze Dagmis.
Jesaja kondigt – Gods Naam – vrede aan ondanks alle dreiging van oorlog in zijn tijd. Het juk dat op hun schouders rustte zal worden gebroken.
Jesaja zal op de eerste plaats gedacht hebben aan de dreiging van de buurvolken uit het oosten die alsmaar machtiger werden en een bedreiging vormden voor het land Israël.
Namens God laat Jesaja horen: niet die dreiging heeft het laatste woord, zelfs niet als die druk heel concreet wordt en de mensen uit Assyrië en Babel ons land innemen, zelfs dan zal God voor uitzicht zorgen. Er zal een wonderbaarlijke held opstaan die als een rechtvaardige rechter het volk zal besturen, een echte vorst van vrede. Daar vertrouwde Jesaja vast op.

Christenen hebben die woorden vanouds toegepast op Jezus. Hij is die rechtvaardige bestuurder, Hij is de Vredevorst; Hij geeft richting aan ons leven. Hij biedt bevrijding uit de donkerte van ons bestaan; Hij geeft leven. Dat heeft Hij laten zien in zijn bekommernis om mensen waarin Gods liefde ten volle aan het licht kwam.
Ook wij mogen ons daarbij laten gezeggen door die woorden van de profeet Jesaja en van het evangelie. De Mensenzoon mag ook in ons geboren worden als Vorst van Vrede; Jezus, Gods Zoon, zijn Woord, is mens geworden; nu wij nog.

Dat vraagt op de eerste plaats van ons dat we onze werkelijkheid serieus nemen, zien wat er niet goed gaat, en dan aan de slag, in de richting van meer rechtvaardigheid en solidariteit tussen mensen en volkeren. Dat is de grondslag van onze hoop; dat is de uitnodiging van deze blijde boodschap.

Vanmorgen bidden we dat we het woord, het goede nieuws mogen ontvangen en tot ons hart laten doordringen, zodat ook wij in beweging komen, op weg naar vrede en vreugde, voor onszelf en mensen om ons heen, maar ook in solidariteit wereldwijd. Dan mag het ook voor ons een zalig, een gezegend Kerstfeest worden. Amen

Jos Deckers, pastoraal werker emeritus

© 2021 Parochie Heilig Kruis