Overweging 2020-03-08 Nederwetten (Jos Deckers)

Overweging 2020-03-08 Nederwetten (Jos Deckers)

Overweging tweede zondag Veertigdagentijd jaar A  Nederwetten en Schijndel 8 maart 2020

inleiding
Vorige week, op de eerste zondag van de Veertigdagentijd, bracht de liturgie ons in de woestijn, vlak voor het begin van Jezus’ optreden als prediker en profeet.
Vandaag gaan we met zevenmijlslaarzen verder. We zitten vlak voor Jezus’ laatste reis naar Jeruzalem. Het gaat erom spannen. Zullen de leiders van het volk Hem erkennen en herkennen als de Messias, zoals zoveel leerlingen al doen? Zal Hij beantwoorden aan hun verwachtingen en de gehate Romeinen het land uitzetten?
Of zal Hij op een totaal andere manier invulling geven aan Gods belofte op nieuw leven?

Wat betekent het als Jezus – net als Abraham in de eerste lezing – Gods roepstem volgt?
Daarbij wil de liturgie stilstaan op deze tweede zondag van de Veertigdagentijd.
In het evangelie horen we over de verheerlijking op de berg Tabor.
Drie van zijn vrienden krijgen een beeld van zijn toekomst. Zij zien – al is het maar even – wie Jezus uiteindelijk en ten diepste zal zijn.
Hij wordt getekend als Heer van het leven.
De liturgie van vorige week zette ons met twee benen op de grond: wat komen wij aan tegenkrachten tegen in ons leven?
Vandaag gaat het over een wenkend perspectief op leven,
een lichtende toekomst, die ons uitnodigt eerste stappen te zetten.

(alleen in Schijndel)
We ontsteken deze kaars
als teken dat wij durven geloven
dat de duisternis niet zal overheersen,
dat het leven sterker is dan de dood.
Zo gaan wij in deze Veertigdagen op naar het licht,
dat wordt uitgezaaid
en niet door weer en wind te doven is.
Hoe diep donker het ook wordt,
alles zal toch tot leven komen.

gebed bij de opening

God van tijd en eeuwigheid,
laat uw stem horen hier in ons midden
en roep ons op om op weg te gaan,
zoals Gij Abraham geroepen hebt,
opdat heel de wereld de vreugde zal kennen
waarvan uw Zoon de belofte is:
Jezus, onze Broeder,
zoon van Abraham,
kind van God,
ons levenslicht en onze weg te leven
tot in eeuwigheid. Amen

overweging
De evangelielezing van deze zondag is een scharnier in het Mattheusevangelie. Jezus is met zijn leerlingen al een hele tijd opgetrokken. Hij heeft gepredikt over de komst van het rijk van God, het rijk der hemelen zoals Mattheus zegt.
Dat is de plek waar God heerst; waar zijn liefde gestalte krijgt. Wij zouden zeggen: die sfeer waarin God bij mensen wil wonen, waar recht en gerechtigheid wordt gedaan en mensen tot recht kunnen komen. Dan wordt ook God recht gedaan. Dat is het koninkrijk van God, een hemel op aarde. Zo heeft het Mattheusevangelie een voorkeur voor de uitdrukking: het rijk der hemelen.
Jezus spreekt erover en Hij maakt het concreet: Hij geneest mensen en Hij brengt mensen die uitgestoten waren terug in de kring. Jezus laat zien: God is een God van mensen, die het leven wil voor al zijn mensen.

In deze fase van het verhaal volgens Mattheus wordt het nu spannend: wie zal Jezus blijken te zijn? De profeet die vooral Gods rijk aankondigt en laat zien? Of ook degene die het land zal bevrijden van die lastige Romeinen die het volk onderdrukten?
Wie zal Jezus zijn? Hoe zal Hij Gods zorg voor zijn volk uiteindelijk laten zien? Als vrijheidsstrijder? Of als dienstknecht van God die als een lam naar de slachtbank wordt geleid?
Wij kennen de uitkomst al op die vragen. De leerlingen op dat moment nog niet.

Drie leerlingen krijgen een voorproefje van wat Jezus en zijn leerlingen te wachten zal staan. Vorige week was de liturgie heel aards gericht: wat houdt ons tegen om de weg van Jezus te gaan? Welke tegenkrachten ontmoeten we, net als Jezus zelf toen Hij zich in de woestijn voorbereidde op zijn openbare leven.
Vandaag wordt ons een wenkend perspectief voorgehouden. Een voorproefje van Gods toekomst waarin zijn gerechtigheid mag stralen. Jezus komt in een visioen in gesprek met Mozes en Elia. Waarom verschijnen juist zij?
Van Jezus wordt hier gezegd dat zijn gezicht straalde. Dat kennen we ook uit de verhalen van Mozes. Diens gezicht straalde sinds hij met God gesproken had zoals vrienden met elkaar spreken. Zo intiem ging Mozes met God om dat God hem zijn vriend noemde.
Jezus wordt in het Mattheusevangelie getekend als de nieuwe Mozes; daarom verschijnt deze voorganger ook. In Jezus komt Gods liefde immers levend op aarde, als een stralend licht.
Samen met Mozes verschijnt de profeet Elia. Volgens joodse uitlegverhalen bij de Bijbel zal die profeet de komst van de Messias voorbereiden. Dat Elia hierbij verschijnt maakt het voor de hoorders van het evangelie duidelijk: hier verschijnt de Messias. Elia kondigt immers zijn komst al aan.

Jezus als de nieuwe Mozes en de Messias: in Hem verschijnt God zelf op onze aarde en woont te midden van ons. In Jezus wil God te midden van ons, mensen, thuis komen. Het koninkrijk, het nieuwe leven, begint al in Hem.
Dat hebben die drie leerlingen ervaren op een berg; het is een topervaring. Geen wonder dat ze die ervaring willen vasthouden. “Laat ons drie tenten bouwen…” zegt Petrus.
Maar Jezus beseft heel goed dat vasthouden van een topervaring nooit lukt.
Hij zal verder moeten, de weg naar Jeruzalem gaan, waar het erom zal spannen. Hij zal door de leiders van het volk niet begrepen worden; zij zullen Hem gevangen nemen en uitleveren aan de Romeinen die Hem ter dood zullen brengen. Als een lam naar de slachtbank, die Dienstknecht van God. In de Goede week, aan het einde van deze Veertigdagentijd, zullen we er weer bij stilstaan.
Tegelijk weten we dat God het laatste woord heeft. Na Goede Vrijdag zal het Pasen worden: er komt nieuw leven voor de Dienstknecht van God die dan opgenomen zal zijn in Gods liefde die sterker is dan de dood.
In de geloofstaal van toen: Jezus zal zetelen aan Gods rechterhand. De verheerlijking op de berg is daar al een eerste verwijzing naar en wijst op het nieuwe leven van Jezus als de verrezen Heer.

Zover is het nog niet. Vastberaden gaat Jezus op weg, samen met zijn leerlingen en vrienden. Hij lijkt op Abraham uit de eerste lezing. Die krijgt te horen: Ga weg, jij, uit je land, uit je familie, uit het huis van je vader. Drie keer horen we het woordje uit.
Het is blijkbaar niet makkelijk weg te trekken uit alles wat jou heeft gemaakt, weg te trekken uit wat voor de hand ligt en vanzelfsprekend aanwezig is.
Abraham moet wegtrekken van zijn natuurlijke bondgenoten en het dak boven zijn hoofd. Alle schepen achter je verbranden. Als je van alles afstand moet doen, wie of wat ben je dan nog?

Wat krijgt Abraham ervoor in de plaats? Een land, een plaats die God hem zal laten zien. Welk land het is? Abraham weet het nog niet. God zal het hem laten zien maar op dat moment heeft hij er nog geen weet van.
En bijna terloops horen we: Ik zal je tot een groot volk maken. Kort voor deze lezing hebben we van Sara, de vrouw van Abraham, gehoord dat zij geen kinderen kan krijgen. Toch klinkt die belofte: Ik zal je tot een groot volk maken.
Opmerkelijk is dat Abraham aan deze oproep gehoor geeft. Hij heeft alleen het woord van de Heer; niet meer en niet minder.
En Abraham handelt en gaat op weg, vastberaden, zonder omwegen. Abraham gaat met het woord. Tot nu toe was Abraham een mens alleen, onder de blote en stomme hemel, een mens zonder toekomst. Nu wordt hij een mens die gaat met het woord van de Heer. Dat woord is een hart onder zijn riem. Het is een plek waar twee zaken worden veilig gesteld: land en ruimte aan de ene kant, toekomst en nakomelingen anderzijds. Het zal Abraham aan niets ontbreken. God gaat met hem mee.

Dat betekent niet dat Abraham gevrijwaard zal worden van moeilijkheden. Die zal hij best nog ondervinden. Die heeft Abraham ook meegemaakt als we verder lezen in Genesis. Maar hij weet: God trekt met me mee, als een goede herder, als een leidsman ten leven.
Daarom ook zullen mensen met Abraham verbonden datzelfde ondervinden: God als een herder. Door Abraham zal zegen komen over vele volken. Ook wij mogen ons in Abraham gezegend weten. Zo krijgen ook wij perspectief op nieuw leven.

Wat betekent dat nu dat wij ons in Abraham gezegend mogen weten?
Net zo min als bij Abraham is dat voor ons een vrijwaring van alle moeilijkheden. Ieders leven kent een portie tegenslag. Soms heel veel tegenslag. Dan zijn er perioden dat je het niet meer ziet zitten; dat alles zich tegen je lijkt te keren.

Gezegend zijn door God is blijkbaar iets anders dan dat alles alleen maar goed gaat. Het is wel: weten dat Hij met je meetrekt, wat er ook gebeurt in je leven. Je bent niet alleen onder een nietszeggende hemel; God gaat als een herder met je mee. Daar mag je op vertrouwen, hoe donker het dal ook is waar je doorheen moet.
We worden vandaag genodigd de werkelijkheid om ons heen heel serieus te nemen, met alle kansen en moeilijkheden op ons levenspad. Tegelijk mogen we weten: er is belofte op toekomst, er is ruimte om te leven. Dat geeft God Abraham mee. Dat heeft Hij laten zien in Jezus. Dat is de zegen die in Abraham ook ons vandaag gegeven wordt.

Aan die zegenbede vertrouwen we ons toe, elke dag weer! In deze veertigdagentijd en alle dagen van ons leven. Moge dat zo zijn!

Jos Deckers, pastoraal werker em.

© 2021 Parochie Heilig Kruis