Overweging 2020-09-30 Nederwetten Jos Deckers

Overweging 2020-09-30 Nederwetten Jos Deckers

Overweging 22e zondag jaar A Nederwetten en Schijndel 30 augustus 2020

De lezingen van deze zondag gaan over een crisis en hoe daarmee omgegaan is, door Jeremia en door Jezus en zijn leerlingen. Dat past goed bij onze tijd waar we moeten omgaan met de gevolgen van het coronavirus. Ook een tijd van crisis, van keuzes maken en rekening houden met de consequenties van dat virus, zeker voor ouderen of voor mensen met een kwetsbare gezondheid.

De eerste lezing is uit het boek Jeremia. We horen een van zijn belijdenissen. Hij beklaagt zich tegenover God en tegenover zijn toehoorders over zijn roeping als profeet. Jeremia is letterlijk in het blok gezet. Een hele dag en een hele nacht stond hij half gebogen, zijn voeten vastgeklonken in een balk met openingen en zijn handen ook. 24 Uur werd hij gedwongen zo te blijven staan, met een kromme rug.
Jeremia stond in het blok in één van de toegangspoorten van de tempel, als waarschuwing naar allen die Jeremia’s prediking wilden verstaan en aanvaarden.
Hij had namelijk steeds het woord van Godswege verkondigd dat men niet moest vertrouwen op de macht van de wapens en op de koning en zijn troepen. Alleen God kan ons helpen en vertrouwen waar maken. Veel andere profeten praatten toentertijd de koning en zijn medewerkers naar de mond: u kunt – zeiden ze tegen de koning – u kunt de Babyloniërs best verslaan – en er komt geen straf van Godswege; er zal alleen maar overwinning en vrede zijn.
Jeremia blijft een andere boodschap volhouden: vertrouw niet op de macht van het geweld; vertrouw alleen op God, Hij wil het beste voor zijn volk. Maar – zo zegt Jeremia namens God – eerst komt er oorlog en ballingschap als straf voor alle misstappen van het volk: voor het niet erkennen van God als de ene Heer en voor maatschappelijke onderdrukking. Armen, weduwen en wezen waren niet in tel. Mensen kwamen niet tot hun recht; God werd geen recht gedaan. Er moet eerst een einde komen aan sociale ongelijkheid.
Het is geen prettige boodschap die Jeremia moet brengen. Politiek absoluut niet correct. En toch: Jeremia gaat door. Hij kan er toch niet onderuit; hij voelt zich overweldigd door de kracht van God: tegen U kan ik niet op!
Soms ziet Jeremia het echt niet meer zitten en wil hij met alles stoppen.
Maar dan laait er een vuur op in zijn binnenste; Jeremia kan niet anders dan doorgaan.

Zo voelen we ons als christenen en zeker als kerkgangers soms ook: toch naar de kerk gaan, toch je geloven zinvol vinden in een cultuur en samenleving die daar weinig voor open staan, maar toch gaan, omdat je een moment wilt voor bezinning en gebed, omdat je iets met God hebt en omdat je het zinvol vindt als je als gemeenschap bij elkaar komt. En tegelijk weet hebben van tegenkrachten: mensen die geloven maar onzin vinden of zo teleurgesteld zijn in de kerk dat zij helemaal afgehaakt zijn.

En zo is het ook in deze coronatijd. Het volhouden van de maatregelen valt niet mee; je wilt immers mensen nabij zijn, zeker hen met wie je je emotioneel verbonden voelt. Je wilt als vanouds een feest kunnen vieren of anderen nabij zijn op momenten dat zij steun of troost nodig hebben. Je wilt dan geen anderhalve meter in acht nemen en toch weet je dat het noodzakelijk is.
En dan toch doorgaan met wat goed en verstandig is – net als de profeet Jeremia – omdat je zorg hebt om elkaar, omdat je zo ook voor je medemens het beste wil.

In het evangelie zien we eenzelfde beweging.
Vorige week hoorden we in het evangelie de belijdenis van Petrus. Als Jezus aan zijn leerlingen vraagt wie Hij volgens hen is, dan antwoordt de apostel: ‘Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.’ In zijn enthousiasme heeft Petrus als een van de eersten door wie Jezus is en welke zijn betekenis is.
Die belijdenis vindt plaats in het buitenland, net over de grens van wat nu Jordanië is. Maar Jezus en zijn leerlingen moeten terug, terug naar de realiteit van alle dag. Daarom roept Jezus hen op voorzichtig te zijn, nog niet te spreken over zijn betekenis als Messias.
Jezus voorvoelt dat andere mensen dat helemaal verkeerd zullen uitleggen en in Hem de bevrijder gaan zien die Israël zal verlossen van het juk van de bezetter, de Romeinen. En Hij beseft maar al te goed wat dat kan betekenen. De Romeinen hebben al eerder opstanden wreed onderdrukt en hun leiders en volgelingen afgeslacht. En Jezus wil zo geen bevrijder zijn, geen redder van het volk in politieke zin. Hij wil geen nieuwe koning worden zoals mensen van een koning zouden verwachten.

Neen. De weg van de Messias die Jezus voorziet, verschilt helemaal van wat zijn volksgenoten verwachtten: van dat ogenblik af begon Hij zijn leerlingen duidelijk te maken dat Hij naar Jeruzalem moest gaan en dat Hij veel zou lijden van de leiders van het volk, dat Hij ter dood zou worden gebracht maar dat Hij op de derde dag zou verrijzen.

Nu komt ook het crisismoment.
Petrus neemt Jezus terzijde en begint met Hem daarover een ernstig gesprek: ‘Dat verhoede God, Heer! Zoiets mag U nooit overkomen!’
‘Weg daar, achter mij, satan, tegenstrever. Je bent een struikelblok voor Mij, Skandalon staat er letterlijk waar ons woord schandaal van afgeleid is.
Opnieuw een pijnlijk misverstand: de goedbedoelde raad van Petrus die Jezus als een vriend wil bijstaan wordt door Jezus ervaren als een levensgevaarlijke tegenkracht tegen Gods bedoelingen. Dat is het skandalon; het struikelblok dat Petrus’ woorden oproepen. Paulus zal dat woord later ook gebruiken als hij de ongerijmdheid van het kruis moet aangeven: Het kruis vormt een ergernis, een struikelblok, voor hen die niet in Jezus kunnen of willen geloven.

Twee zaken vallen op in dit gesprek tussen Jezus en Petrus. Als u het terugleest in het Mattheusevangelie, dan zult u zien dat binnen het bestek van slechts vijf verzen Petrus steenrots genoemd wordt maar ook satan. Petrus is de rots waarop Jezus zijn kerk zal bouwen (zo hoorden we vorige week) en hij is ook een tegenstrever en struikelblok, een sta in de weg.
Blijkbaar hoeft het ene het andere niet uit te sluiten. Het evangelie heeft er weet van hoe wij mensen in elkaar zitten: soms helemaal gericht op Gods bedoelingen en op inzet voor de ander; soms bakken we er weinig van. En het mooie is: dan toch hoor je bij God thuis, dan toch kun je toch een bijzondere rol vervullen in Gods plannen met ons, zijn mensen.

En het tweede dat opvalt: wie Jezus wil volgen staat achter Hem en moet achter Hem aangaan. Hij gaat voorop. Hij is het licht der wereld: Hij laat ten volle zien waar het God om te doen is. Als iemand achter Mij aan wil komen, moet hij zichzelf verloochenen en zijn kruis op zich nemen.
Om misverstanden te voorkomen: het gaat hier niet om zichzelf compleet wegcijferen. Dan blijft er immers niets van je over. Als iemand achter mij aan wil komen, laat hij dan met zichzelf breken – vertaalt de Willibrordvertaling. Zichzelf verloochenen is dan:  je oude gewoonten achter je laten, een nieuwe fase in je leven beginnen om Jezus’ licht te volgen.

Dat zal ook een nieuw leven betekenen, zo verzekert Hij ons, een leven in overvloed. We kunnen het ook zeggen met de woorden van de psalmist ‘Gij zijt altijd mijn bescherming geweest, ik koester mij onder uw vleugels (Ps. 63,8).
Dat wensen we elkaar vandaag toe: Gods bescherming en zijn beste zegen voor ons allen, juist ook in deze spannende tijd. Moge dat zo zijn!

Jos Deckers, pastoraal werker

© 2021 Parochie Heilig Kruis