Overweging 21/22 sept. Nuenen/Nederwetten Jos Deckers

Overweging 21/22 sept. Nuenen/Nederwetten Jos Deckers

Overweging 25e zondag door het jaar C       Nuenen/Nederwetten 21/22 september 2019

In het evangelie volgens Lukas is de thematiek arm tegenover rijk een belangrijk thema. Dat is begrijpelijk als we ons realiseren dat Lukas zijn evangelie schrijft voor een gemeente die bijeenkwam in het grote huis van een rijke Romein die christen was geworden.
Lukas sluit daarmee aan bij een thematiek die al speelde bij de profeten in het oude Israël. En de profeet Amos is bij uitstek degene die deze problematiek het meest scherp heeft geformuleerd. Amos wint er geen doekjes om. We hebben hem deze zondag gehoord in de eerste lezing en ook komende zondag komt hij aan het woord.

Arm en rijk zijn bij de profeten geen neutrale begrippen. Het is geen koopkrachtplaatje dat met deze termen aangeduid wordt. Rijk wil bij de profeten steeds zeggen: verrijkt, rijk geworden ten koste van anderen die minder geluk in het leven hebben gekend. En iemand is niet zomaar arm maar arm gemaakt omdat een kleine groep de opbrengsten van het land naar zich toe trok.
Dat werd versterkt toen het koningschap in Israël ontwikkeld werd. Een koning had immers een elite van ambtenaren nodig en vooral ook een leger om nieuwe gebieden te kunnen veroveren of minstrens zijn eigen gebied te verdedigen. Daarvoor waren belastingen nodig en om die te innen werd een ambtenarenapparaat ontwikkeld. Daarmee ontstond er een maatschappelijk toplaag en die kon er alleen komen ten koste van een grote maatschappelijke onderlaag. Een situatie die we nu nog zien in veel ontwikkelingslanden.
Deze economische scheefgroei tussen een kleine rijke elite en een grote verarmde basis van de samenleving werd ook nog eens gesanctioneerd met een beroep op God: Hij wilde immers het koningschap voor Israël. Ook dat herkennen wij tot op de dag van vandaag.

Dat alles willen de profeten doorprikken. Zij stellen die maatschappelijke scheefgroei en dat beroep op Gods wil aan de kaak. Amos doet dat met verve. Deze profeet verwijt de rijke bovenlaag dat ze Gods bedoelingen met voeten treden, door hun verarmde volksgenoten uit te buiten en door zich niets aan te trekken van Gods lering.
Amos zegt: jullie rijken mogen misschien denken dat God afwezig is, dat jullie handelen helemaal aan Hem voorbijgaat, maar dat is niet zo. De God van Israël is een partijdige God, die partij kiest voor mensen aan de onderkant van de samenleving, een God die wil dat alle mensen tot recht kunnen komen en kunnen uitgroeien tot de mens zoals door Hem bedoeld.

Dat alles is ook de inzet van Jezus. Ook Hij bracht mensen terug in de kring die maatschappelijk niet meer in tel waren. Hij had een voorliefde voor armen, voor tollenaars die met de nek werden aangekeken, voor melaatsen die gemeden werden door hun ziekte. Hij deed verlamde mensen weer opstaan. Zo liet Jezus zien waar het God om te doen is.
Dat liet Hij niet alleen zien in de tekenen die Hij deed; Hij verkondigde het ook in zijn prediking met voorbeeldverhalen zoals vandaag over de onrechtvaardige rentmeester. Een econoom dus.

Eigenlijk is de thematiek van het evangelie heel actueel: hoe staat het met de rente?
In het oude Israël mochten geloofsgenoten, broeders van elkaar, geen rente vragen. Dat liep immers al snel uit de hand. In de landen rond Israël was men gewoon hoge rentes te vragen: immers een akker leverde in de regel meer op dan de eigenaar zelf kon opeten of gebruiken. Maar er was ook steeds het risico van een misoogst door droogte of door oorlogsomstandigheden. Daarom vond men het verantwoord een hoge rente vragen als er voor de aankoop van een akker geld geleend moest worden. Een rente van 20 tot 30% was geen uitzondering. Daarom was dat vragen van rente tussen joden onderling in de bijbel verboden. Je was immers broeders en zusters van elkaar en dan vraag je niet zulke hoge vergoedingen. Je leent uit, ook als je geen vergoeding krijgt.

Dat was de officiële regel. De praktijk was echter weerbarstiger, want als je geen vergoeding krijgt voor uitgeleend geld, dan hebben mensen niet zo snel de neiging een ander vooruit te helpen. Ze lopen toch risico.
Daarom had men bedacht: we spreken geen rente af maar we spreken af dat als je 100 zakken graan leent, je er 120, 130 of soms zelfs 150 terug brengt. Dat noemde men geen rente maar je moest als lener wel een schuldbekentenis voor dat veel hogere aantal ondertekenen. Die praktijk vormt de achtergrond van het evangelie van deze zondag.

De rentmeester in het voorbeeldverhaal van Jezus was iemand die voor zijn meester zulke afspraken had gemaakt. Hij weet dat hij eigenlijk te veel gevraagd heeft, want hij moest er zelf ook nog iets – of liever heel wat –  aan overhouden. Daar komt hij op terug als zijn ontslag dreigt; hij laat de leners een heel reële vergoeding betalen en hoopt zo bij hen in de gunst te komen. Daarmee benadeelt hij zijn meester nauwelijks – die krijgt toch terug wat hij uitgeleend had – maar zelf wordt die rentmeester er niet meer beter van over de hoofden van de leners heen. Hij is betrouwbaar geworden.

Aanvankelijk laat deze rentmeester zich leiden door zijn hebzucht; hij wil veel verdienen aan de nood van degene die zijn heer om lening vraagt. Dat is de mammon of de geldzucht. Die staat haaks op Gods bedoelingen dat je je medemens in nood te hulp schiet en daar geen misbruik van maakt.
Je kunt zo geen twee heren dienen: God én de mammon, leven naar Gods bedoelingen of alleen je eigen voordeel zoeken. In het voorbeeldverhaal van Jezus heeft de rentmeester zijn lesje geleerd. Hij weet waar het in het ware leven op aan komt: dat we Gods bedoelingen volgen: onze medemens in nood helpen waar dat kan en maatschappelijke structuren die leiden tot verarming terugbuigen.

Die oproepen van de profeten zoals Amos en het voorbeeldverhaal van Jezus blijven uiterst actueel: ook nu zijn de onderlinge verhoudingen tussen landen nog steeds niet zo dat deze gericht zijn op de ontplooiing van de mens. Vaak wordt verarming in de hand gewerkt door te eenzijdige afspraken. Je kunt als christen dan ook fundamenteel vragen stellen bij kreten als ‘eigen volk eerst’.
En verstandigheid, matigheid en betrouwbaarheid blijven belangrijke eigenschappen voor politici van welke partij dan ook.
En ook wij zien dat nog steeds dat godsdienstige verschillen worden misbruikt om oorlog of terreur aan te wenden om geschillen te beslechten. Zeker in deze vredesweek een bijzondere thematiek, bij alle conflicten die er zijn in het Midden Oosten en in delen van Afrika en Azië. De vredesorganisatie Pax, de vredesbeweging namens de kerken in ons land, nodigt ons uit over grenzen heen te kijken en zo te werken aan vrede omdat je mensen leert kennen en hun noden ziet en kunt proberen die te verlichten.

Tegelijk worden wij aangesproken op onze betrouwbaarheid: maken wij in ons koopgedrag of bij verkiezingen keuzes die bijdragen aan een betere samenleving zodat mensen tot recht kunnen komen of laten we ons op de eerste plaats leiden door eigenbelang alleen? Of alleen door onze angsten?
En: hoe staat het met onze betrouwbaarheid? Zijn wij mensen uit één stuk die open staan voor de nood van de ander en daar iets – hoe bescheiden ook – naar ieders mogelijkheden – aan willen doen?
Amos én Jezus nodigen ons vandaag uit stil te staan bij zulke vragen. Hoe staan wij in economische zin in het leven? Wat zijn de belangrijkste waarden voor ons? Mogen wij daarin keuzes maken die mensen verbinden, over grenzen heen. Amen

© 2021 Parochie Heilig Kruis