Overweging 23/24 januari (Jos Deckers)

Overweging 23/24 januari (Jos Deckers)

Overweging derde zondag door het jaar B                                  23/24 januari 2021

inleiding
Vandaag horen we woorden uit de heilige Schrift die ons kunnen bemoedigen, maar tegelijkertijd worden wij geroepen om deze blijde boodschap door te geven. In woorden en daden mogen wij getuigen van het leven in de geest van Jezus Christus.
Dat is fraai gezegd; het klinkt heel mooi – en tegelijkertijd is het vaak lastig om die blijde boodschap zo over te brengen dat ze aankomt.
Kunnen wij die boodschap van het evangelie zo verwoorden dat ze ook overkomt als een blijde boodschap?
Vandaag is het ook de laatste zondag van de bidweek voor de eenheid onder de christenen. Vandaag bidden we dat die eenheid mede door ons kan groeien en dat wij gezamenlijk in Gods liefde blijven en vorm kunnen geven aan het evangelie.

overweging
In de eerste lezing hoorden we een stukje uit de profeet Jona. Een klein boekje in de bijbel is aan hem gewijd; niet meer dan vier korte hoofdstukken, alles bijeen tweeëneenhalve bladzijde. Maar wel heel bijzonder. Als u een voorbeeld wilt van humor én tegelijk diepgang in de bijbel dan moet u dit boekje beslist eens lezen.
Jona is een dwarse profeet. Hij wordt naar Ninive gestuurd dat in het huidige Irak ligt maar hij neemt de boot naar Tarsis dat in Turkije ligt. Hij beklaagt zich bij God dat die toch wel genadig zal zijn; daarom heeft hij geen zin in zijn opdracht. Hij handelt dwars en doet het tegenovergestelde.
Daar weet God wel raad mee. Het schip komt in een hevige storm terecht. Jona wordt overboord gezet als duidelijk wordt dat hij fundamenteel ongehoorzaam is en God beschikt een grote vis die Jona redt en na drie dagen op land zet. Jona heeft zijn les geleerd en gaat toch in Ninive oproepen tot bekering zoals hem was opgedragen.

Ninive – zo horen we vandaag vertellen – was een grote stad: drie dagreizen om er doorheen te trekken. Weer zo’n heerlijke bijbelse overdrijving. Want stelt u zich eens voor: dat je drie dagen nodig hebt om door een stad te kunnen lopen. Minstens 40 kilometer breed zou zo’n stad zijn. Ninive is opgegraven en was eens best een belangrijke stad maar niet veel groter dan het centrum van Nuenen.

In de vertelling wordt Ninive extra groot gemaakt om de opdracht van Jona nog eens aan te dikken. Hij moet dat vreemde volk oproepen tot bekering. Jona heeft een lastige boodschap voor een grote stad in het buitenland. Ze zien hem aankomen, zo denkt hij. Hij zag er geweldig tegenop die opdracht van God te vervullen. Daarom zijn vluchtgedrag.

Zoals gezegd: een schitterende vertelling die één boodschap duidelijk wil maken: als God iets met je voorheeft, dan kun je maar het beste meewerken.
Maar tegelijk ook is de boodschap: als je wilt leven naar Gods bedoelingen, dan heb je toekomst, dan zul je leven vinden. En als je met God meewerkt, dan is geen klus te groot, dan zul je zien dat God er altijd voor je is. Die kleine Jona kreeg heel Ninive aan zijn voeten.
Het ging blijkbaar niet goed in die stad: het was er een bende. De Heer gaf ze nog veertig dagen om hun leven anders in te richten, om te leven zoals Hij leven bedoeld heeft. ‘Nog veertig dagen’, zo luidde de boodschap van Jona, ‘nog veertig dagen en dan wordt Ninive met de grond gelijk gemaakt.’
Ook in onze wereld is het vaak een bende. Ook onze manier van leven, ‘het oude normaal’,  wordt met ondergang bedreigd. Ook wij maken er soms een zootje van. Dan kun je op twee manieren reageren.
Je kunt er moedeloos van worden, als je het nieuws hoort of leest, de beelden ziet. Je kunt je laten wegzakken in doemdenken en voor de realiteit op de vlucht gaan. Je denkt: het gaat niet goed; het kan alleen maar slechter. Dat was ook de eerste reactie van Jona.
Maar je kunt ook – en dat is de andere reactie die mogelijk is – geloven dat het anders kan en beter kan worden. Je kunt die andere wereld mee helpen vorm geven: leven zoals God bedoeld heeft als Schepper en Heer van alle leven.
In de taal van de bijbel heet dat bekeren: je omdraaien en je afwenden van je vroegere levenshouding. Bekeren is je keren naar de ander, je medemens, en naar die Ander met hoofdletter die we God noemen. Bekeren is: nieuwe wegen willen gaan.

Dat doen ook de eerste volgelingen van Jezus. Ze laten hun kostwinning als vissers in de steek en volgen Jezus. De broers Simon en Andreas en de beide zonen van Zebedeus: Jakobus en Johannes. Ze geven hun oude bestaan op en gaan met Jezus in zee. Ze zullen vissers van mensen worden: anderen enthousiast maken voor het woord van Jezus dat het rijk van God dichtbij is.

Wat bedoelt het evangelie met die uitdrukking ‘rijk van God’? Het is de sfeer waar God bij mensen thuis wil komen, waar recht en gerechtigheid wordt gedaan en zo gebouwd aan vrede tussen mensen. Gerechtigheid en vrede zijn wezenskenmerken van dat koninkrijk van God.
Het Bijbelse begrip gerechtigheid heeft twee kanten: gerechtigheid houdt in dat mensen tot hun recht kunnen komen, kunnen uitgroeien tot de mens zoals mensen bedoeld zijn. Dat vraagt om goede en rechtvaardige verhoudingen tussen mensen, zodat ieder welzijn ondervindt en niet dat de manier van leven van de een ten koste gaat van de ander. Gerechtigheid is dat wij als mens tot recht kunnen komen. Dat is de éne kant.
En de andere kant hangt daarmee nauw samen. Zo leven is ook God recht doen, is leven naar zijn bedoelingen, naar zijn opdracht.

De leerlingen krijgen de taak net als Jezus die opdracht te verkondigen: mensenvisser te worden. En dat betekent: niet mensen tegen elkaar opzetten of uit elkaar jagen, maar verzamelen, bijeenbrengen en bijeenhouden zoals vissers in hun werk gewoon zijn te doen.
Wie alleen hengelt naar eigen geluk zal dat nooit vinden. Wie alleen denkt aan het eigen belang of dat van de eigen groep maakt er een bende van, net als in Ninive.
Wij worden vandaag genodigd mede bouwers te zijn van het koninkrijk.

Die opdracht van Jezus: bekeert u en geloof in de blijde boodschap van gerechtigheid en vrede lijkt nog niet zo eenvoudig.
Daarom vind ik het zo bemoedigend dat Jezus als eerste leerlingen twee keer twee broers vraagt. Je hoeft het blijkbaar niet alleen te doen. Petrus en Andreas waren broers, net als Jakobus en Johannes. Ze kenden elkaar bovendien als vissers; alle vier waren ze collega’s in Kafarnaum aan het meer van Galilea.
Je staat er nooit alleen voor – zo lijkt Jezus ons te willen zeggen – als je zijn opdracht serieus neemt. Je mag erop rekenen dat anderen met je meewerken en dat jij een hulp voor anderen kunt zijn, zodat mensen tot recht komen en God recht wordt gedaan.
Dat is ook een bemoedigende gedachte in deze bidweek voor de eenheid onder de christenen. Gelukkig werken we hier in Nuenen op velerlei wijzen samen met onze protestantse geloofsgenoten. Jezus’ keuze voor broers als eerste leerlingen bevestigt dat werken aan eenheid en aan de opdracht van het evangelie.

Moge die blijvende inzet voor gerechtigheid voor ons werkelijkheid worden en mogen wij zo een instrument worden naar Gods bedoelingen. Amen

Jos Deckers, pastoraal werker em.

© 2021 Parochie Heilig Kruis