overweging Nuenen 5 juni 2021 (Jos Deckers)

overweging Nuenen 5 juni 2021 (Jos Deckers)

Overweging Sacramentsdag jaar B                                                                       

inleiding

Vandaag is de derde zondag op rij dat we een bijzonder feest vieren.

Twee weken geleden sloten we met Pinksteren de paastijd af.

Vorige week stonden we stil bij een kern van ons geloven: de Drie-eenheid met de Vader als Schepper en als Diegene die ons draagt, de Zoon die ons Gods redding in woord en daad liet zien en de Geest die ons op dat spoor houdt en ons heiligt.

Vandaag, op Sacramentsdag brengen de lezingen ons bij de bezinning over datgene waarvoor we hier in de kapel vaak bijeenkomen: de eucharistie.

In de lezingen van deze feestdag horen we over het verbond, de verbinding tussen God en mensen die we in de eucharistie vieren en tot uitdrukking brengen; het gaat over onze band met de Eeuwige, met Hij die er wil zijn voor ieder van ons.

In het vieren van de eucharistie of het delen van het eucharistisch brood weten we God onder ons aanwezig. Hij wil ons nabijkomen en roept ons op dat wij ook tot Hem naderen en dat wij ons leven richten op Hem.

overweging

Op deze Sacramentsdag hoorden we een fragment uit het begin van het lijdensverhaal volgens Marcus. We hoorden hoe Jezus met zijn leerlingen het paasmaal viert. Op de eerste dag van het paasfeest is er maaltijd van het ongedesemde brood. Dat ongedesemde brood herinnert aan de uittocht uit Egypte. Toen moest men snel vluchten en had het brood geen tijd gekregen om te rijzen.

Wat Jezus doet is heel gewoon in de joodse gebruiken van zijn tijd. Zijn vrienden zullen het vanzelfsprekend hebben gevonden om samen de paasmaaltijd te gebruiken.

Brood breken en vier maal een beker rond laten gaan horen bij het paasfeest; zoals nog steeds bij de joodse paasmaaltijd.

Wat het bijzonder maakt is wat Jezus erbij zegt. Zijn woorden geven een diepere inhoud aan  de paasmaaltijd aan hun samenzijn.

Jezus verpersoonlijkt zich met het gebroken en gedeelde brood: dit is mijn lichaam, mijn wezen, mijn bestaan, dit is mijn leven, dit ben Ik zelf, zegt Jezus.

En in het breken van het brood verwijst Hij naar zijn naderend einde, naar de dood die onontkoombaar lijkt.

Want leven als Hij, de minsten voorop, moet wel tegenreacties oproepen van hen die door die oproep tot mateloze liefde en solidariteit in hun belangen bedreigd worden.

Zo leven leidt als uiterste consequentie tot een onverdiende dood.

Dat is de betekenis van het breken van het brood.

En bij de beker die rondgaat verpersoonlijkt Jezus zich met de wijn als teken van het verbond. Dit is mijn Bloed, mijn levenskracht, mijn levensgeest, dit ben Ik, zegt Hij.

Jezus maakt zo van de paasmaaltijd een verbondsmaal.

Hij plaatst zichzelf en zijn leerlingen in de lijn van het verbond dat God gesloten heeft met het joodse volk. De vrienden van Jezus worden opgenomen in die band van verbondenheid, het verbond, dat God gesloten heeft met zijn volk waardoor Hij instaat voor hen en voor hen leven en vrede wil.

God had immers de jammerklachten van het volk gehoord in Egypte. Hij heeft hen bevrijd uit het slavenhuis en op die moeizame tocht door de woestijn is het volk zichzelf geworden. In de eerste lezing hoorden we hoe God in de woestijn een verbond met hen gesloten heeft.

Dat verbond, die bijzondere verbinding tussen God en zijn volk,  wordt bezegeld in woorden en daden. Mozes bouwt een altaar van twaalf stenen, die staan voor de twaalf stammen van Israël. Kortom: heel het volk is erbij betrokken.

Het altaar staat voor de aanwezigheid van de Ene, van God die er wil zijn voor ieder van ons. Hij zag om naar zijn volk; Hij is een God van bevrijding.

Hij is een God van leven, en zoals in Jezus aan het licht komt: zelfs over de dood heen.

De verbondssluiting verwijst zo naar de Naam van God: Ik zal er zijn voor jou. Hij is er voor zijn volk in de bevrijding uit het slavenhuis, Hij is er als Vader voor ieder van ons.

Bij de verbondssluiting wordt dan ook bloed van de offerdieren gegoten over het nieuwe altaar en het volk wordt ermee besprenkeld.

Dat kunnen wij zien als een primitief gebeuren; zo in de trant van: wij christenen hebben dat niet meer nodig. Maar dan missen we de kern ervan: bloed staat in de bijbel voor de drager van het leven, als uit een mens of een dier het bloed wegstroomt is hij reddeloos verloren.

Het bloed is in de cultuur van de bijbelse tijd drager van het leven. Het staat dan ook voor Gods aanwezigheid, voor zijn kracht die leven geeft en leven in stand houdt.

Opmerkelijk is dat Jezus bij het laatste avondmaal er nadrukkelijk naar verwijst.

Hij neemt deel aan het Paasfeest, aan die herdenking van de bevrijding uit het slavenhuis.

En Hij laat zien en horen: zo bevrijdend leven, dat ben Ik zelf, dat is mijn lichaam en bloed, zegt Jezus.

Dat is zijn levenskracht, dat is Gods Geest die in Hem ten volle aan het licht gekomen is.

Jezus kiest voor de gebruikelijke symbolen van het gedeelde brood en de beker die rondgaat maar geeft er een indringende duiding aan: Neemt en eet, neemt en drinkt, dit ben Ik.

Het klinkt als een bevel; het klinkt als een opdracht zijn manier van leven door te zetten en concreet te maken.

Als we hier bijeenkomen om eucharistie te vieren of samen het eucharistisch brood te delen dan worden wij de bevoorrechte getuigen van zijn testament, van zijn opdracht aan de leerlingen. Dit is mijn lichaam, dit is mijn bloed, dit is mijn leven.

Zo heeft Hij geleefd; zo wil Hij dat wij tot leven komen, in dienst aan de ander, zoals Hijzelf dienstknecht des Heren is geweest. Zo wil Hij dat wij tot leven komen uit slavernij bevrijd, zelfs door de dood heen naar nieuw leven. Zo wil Hij dat wij bevrijdend leven voor anderen, dat wij ons inzetten voor gerechtigheid en solidariteit tussen mensen en volkeren.

Dat zijn grote woorden, maar we mogen weten dat we er niet alleen voor staan.

Eucharistie vieren is immers ook een verbondsmaaltijd: het gaat om de relatie tussen God en zijn volk, tussen Hij die er wil zijn voor ons en ieder van ons.

We staan er niet alleen voor. God heeft ons als bondgenoten nodig om zo goed als God te zijn; om zijn er-zijn-voor-ons handen en voeten te geven.

Samen eucharistie vieren of het eucharistisch brood delen heeft daarom ook altijd iets van een Godsontmoeting. In Jezus is Hij ons het meest nabij gekomen. In de Mensenzoon is God aan het licht gekomen in onze wereld, in onze tijd.

Daar ligt ook de betekenis van eucharistie als offer: in het Hebreeuwse woord voor offer klinkt het werkwoord naderen door. Het werkwoord offeren is een intensieve vorm van het werkwoord naderen: als mens mag ik God dichterbij komen en Hij wil met mij, met ons in relatie treden.

Samen eucharistie vieren of zijn brood delen is zo naderen tot de Ander bij uitstek.

Maar het is dan ook naderen tot elkaar, want door het verbond, die verbinding zijn wij ook met elkaar verbonden. Ook zo staan wij er niet alleen voor.

Moge Gods Geest ons bezielen om Jezus’ leven en zijn inzet concreet te maken, dat wij door het vieren van de eucharistie en het delen van zijn Brood levende getuigen worden van zijn Blijde Boodschap. Amen

Jos Deckers, pastoraal werker em.

© 2021 Parochie Heilig Kruis