Overweging, uitgesproken bij het 125 jarig jubileum van de H. Lambertuskerk in Nederwetten op 26 september 2021

Overweging, uitgesproken bij het 125 jarig jubileum van de H. Lambertuskerk in Nederwetten op 26 september 2021

Lezingen:

Eerste lezing Ezechiël 47, 1-12

De man bracht me terug naar de ingang van de tempel. De ingang keek uit op het oosten. Ik zag dat er onder de deur van de tempel water tevoorschijn kwam. Het stroomde langs de zuidkant van het altaar, en ging daarna verder in oostelijke richting. De man bracht me door de noordelijke poort naar buiten, en we liepen buiten langs de tempel naar de oostelijke poort. Daar zag ik dat het water aan de zuidkant onder de poort door druppelde.

De man volgde het water in de richting van het oosten. Intussen mat hij met zijn touw hoe ver we liepen. Toen we een halve kilometer gelopen hadden, liet hij mij het water oversteken. Het water kwam tot aan mijn enkels. Toen we nog een halve kilometer verder waren, moest ik opnieuw door het water heen gaan. Nu kwam het water tot aan mijn knieën. Weer een halve kilometer verder kwam het water tot aan mijn heupen. En nog een halve kilometer verder was het water een rivier geworden. Het was zo diep, dat ik er niet meer doorheen kon lopen. Ik kon alleen nog maar zwemmen.

De man zei: ‘Zie je dat, mensenkind?’ Hij liet me weer uit het water komen, en opeens zag ik dat er aan allebei de kanten van de rivier heel veel bomen stonden.

De man zei: ‘Dit water stroomt naar het oosten, en dan verder door het dal van de Jordaan naar de Dode Zee. Als de rivier daar de zee in stroomt, wordt het water van de zee zoet.

Overal waar het water van deze rivier komt, brengt het nieuw leven. Het water zal daar vol zijn met dieren en vol met vis. Overal langs de kust van de Dode Zee zullen vissers aan het werk zijn. En ze zullen daar hun netten laten drogen. In de Dode Zee zullen heel veel verschillende soorten vissen leven, net zo veel als in de Middellandse Zee. Alleen in de moerassen en in de meertjes wordt het water niet zoet. Daar blijft het zout. Aan allebei de kanten van de rivier zullen bomen groeien. De bladeren van die bomen verdorren niet. En de vruchten van die bomen raken nooit op. Elke maand krijgen de bomen nieuwe vruchten.

Dat komt doordat het water van de rivier uit de tempel stroomt. De vruchten worden als voedsel gebruikt, en de bladeren als medicijn.’

En het evangelie:

Nog diezelfde dag ging Jezus naar het meer. Daar ging hij zitten. Er kwam een grote groep mensen om hem heen staan. Daarom stapte hij in een boot die daar lag. Hij zat in de boot, en alle mensen stonden langs de kant.

Jezus vertelde de mensen veel, en hij gebruikte steeds voorbeelden. Hij zei: ‘Een boer gaat naar zijn land om te zaaien. Hij strooit het zaad op het land, en een deel van het zaad valt op de weg. Dat wordt door de vogels opgegeten. Een ander deel van het zaad valt op harde grond vol stenen. Daar ligt maar een dun laagje aarde. Dat zaad komt wel snel op. Maar door die stenen kunnen er geen wortels in de grond groeien. Door de felle zon gaat het koren dood.

Weer een ander deel van het zaad valt tussen het onkruid. Door het onkruid kan dat zaad niet groeien. Het krijgt geen ruimte en gaat dood. Maar een ander deel van het zaad valt in goede grond. Dat zaad levert goed koren op, met wel honderd of zestig of dertig graankorrels. Laat dat goed tot je doordringen!’

Beste mensen,

Gelijkenissen hebben een bijzondere zeggingskracht en verbeeldingskracht, waardoor je op een speelse, aanschouwelijke en aansprekende wijze dingen kunt verduidelijken.

Ze spreken de mensen aan. Dat weet u ook.

Zo komt de profeet Ezechiël vandaag tegemoet aan deze wens, hij laat de beek uit de tempel lopen, steeds breder worden, steeds vruchtbaarder, stromend naar alle richtingen: noord, oost, zuid en west om uiteindelijk in het grote water van de zee aan alle vissen vers water en voeding te geven.

Zo komt ook Jezus vandaag tegemoet aan deze wens, en aan het scheppend vermogen van de mens:

de zaaier, degene die de vruchten doet opkomen en ieder mens te voedsel te zijn.

Gelijkenissen met een bijzondere zeggingskracht en verbeeldingskracht, waardoor je op een speelse, aanschouwelijke en aansprekende wijze om dingen gemakkelijker op kunt nemen dan bij een dorre, droge en mee abstracte verhandeling.

Beste mensen, bij een jubileum hebben we veelal de gewoonte om terug te kijken, vanuit de situatie van het nu.

We kunnen dan terugzien naar de mensen die deze parochiekerk groot hebben gemaakt, maar al te gemakkelijk zal ons de idee overvallen, dat de gemeenschap in de kerk kleiner is geworden, ouder is geworden.

Het zal ons zorgen geven voor de toekomst…

Beste mensen, hebben we dan in de gaten dat we het omgekeerde doen van wat de profeet Ezechiël en Jezus ons willen doen geloven:

het steeds breder worden van de rivier, het steeds meer vrucht dagen van het zaad, dertig, zestig, zelfs honderdvoudig?

We mogen dus kijken naar waar het begon, deze kerk in 1896 gebouwd, als vervolg op de oude kerk aan de Dommel, gebouwd door die pastoor, met geld van die mensen.

En die mensen toen hadden een perspectief:

het evangelie verder brengen, en wel hier vandaan.

En zo is het gegaan: ook jullie hebben de boodschap verder gebracht, misschien dertigvoudig, misschien wel meer…

Het water heeft ook van hieruit gevloeid over vele akkers en heeft vruchten doen groeien langs de grote stroom van water.

We  mogen bij een jubileum dus vooral kijken naar wat het begin heeft voortgebracht, en dan zien we hoe dat 125 jaar later nog immer speelt:

nog steeds wordt hier het evangelie gelezen en gehoord, nog steeds wordt hier de maaltijd van de Heer gevierd.

De stroom is breder geworden, of mogen ze zeggen: dat dank zij jullie de stroom zijn werking heeft gehad?

Misschien niet in het vele kerkbezoek, maar wel in de boodschap die altijd nog doorklinkt in wat we zeggen en doen?

Het water heeft zijn functie gehad, het zaad is ontkiemd En heeft zijn werking gehad: velen weten van de evangelische boodschap

en zullen hun kinderen daarover verteld hebben, zeker voorgeleefd hebben in hoe wij in respect en liefde voor elkaar willen bouwen aan deze wereld.

Gaan we met deze gedachten terug naar het evangelie, Dan zien we dat Jezus een bedoeling heeft en een punt maakt vandaag:

in het ontkiemende zaad en in het water dat over Gods akker vloeit wil Jezus mensen ontvankelijk en open te maken voor de geheimen van het koninkrijk Gods.

Want in de toelichting op de gelijkenis zegt Hij, dat sommige mensen wel zien, maar ziende blind zijn, dat sommige mensen wel horen, maar niet echt luisteren,

dat mensen wel een hart hebben, maar niet altijd barmhartig zijn voor anderen…beelden die uitdrukken, dat het om meer gaat dan wat mensen zien, horen, voelen.

We hoeven niet alleen bij de realiteit stil te staan, we mogen zoeken naar wat er achter de beelden schuil gaat en zoeken naar wat mensen nu vooral leven van het evangelie.

 

We hoeven de woorden niet zomaar klakkeloos aan te nemen we moeten er wel echt over nadenken, En dan wordt de gelijkenis vaak gemakshalve uitgelegd:

het woord van God is het zaad, en de mensen zijn verschillend, en worden dus verschillend benoemd in de verschillende vormen van de aarde.

De een hoort het wel, maar doet er niets mee, De ander hoort het, vindt het mooi en vergeet het, De derde hoort het, doet er wat mee totdat iets anders zich voordoet,

De vierde hoort het echt, en ja vul zelf maar in.

Zo in alle geval heeft de schrijver van het evangelie het uitgelegd.

Maar stel nu dat het anders is, dat de mens zelf het zaad is, en dus in de aarde moet vallen om vrucht te dragen.

Stel nu dat de aarde staat voor onze God zelf, dat de aarde het woord van God is.

Wij worden dan gezaaid in Gods woord, het mag helemaal om ons heen zijn zoals een moeder in de tijd van de zwangerschap helemaal om de foetus heen is en zo in die tijd beeld van totale altruïsme is.

Dan mogen wij dus bij God inwonen, en zal Hij er altijd voor ons zijn en dat op zich geeft al een ander beeld.

God om ons heen, als aarde, aardig dus, God om ons heen om ons bij alles bij te staan.

Woorden waarin wij mensen kunnen leven, en waaruit wij inspiratie voor ons leven kunnen halen.

We zouden dan bij wijze van gemak onszelf kunnen vragen:

welk woord of welk begrip is nu voor ons als mens, als christen, het kernwoord van ons bestaan?

Is dat bijv  gevende liefde, of barmhartigheid, of altijd klaar staan voor een ander?

En welk beeld roept dat bij ons wakker uit bijv het evangelie?

Het beeld van de goede herder, het beeld van de barmhartige Samaritaan, het beeld van Maria, het beeld van Abraham die met zijn zoon Izaak meetrok, het beeld van liefde, warmte, of misschien ook wel van een verborgen Godvan wie we wel weten dat Hij er is, maar die we niet zien als we Hem nodig hebben?

Alles kan, positief als negatief, En bij elk woord of elk begrip past zeker een beeld van God zoals dat in de vele teksten in de Bijbel ons wordt voorgehouden.

Zo kunnen we ons afvragen:

wat kunnen wij mensen met dat, ons eigen kernbegrip in ons leven?

Met die vraag openen we ons, ook voor de toekomst en mogen we onszelf en anderen vragen hoe we daaraan vorm willen geven.

Dat kan op de oude traditionele wijze van geloven, dat kan ook op heel andere wijzen waarin mensen elkaar het vertrouwen geven iets voor elkaar te kunnen en te willen betekenen.

Misschien mogen we dus zeggen, dat de stroom ergens begonnen is en steeds breder geworden is, maar hoeven we niet te zeggen dat het verwaterd is, die boodschap.

Op vele andere wijzen dan voorheen leven mensen het evangelie:

denk maar aan de stille tochten waarin mensen stil staan bij leed, dood en rouw?

Of aan de inzet van velen voor een beter klimaat, is dat niet hun zorg voor wat wij noemen ‘onze moeder aarde?’

Of aan hoe mensen samen komen om met elkaar lief en leed te delen rond ene kop thee of koffie, een bakkie troost?

Hoe mensen in coronatijd boodschappen deden voor elkaar?
en in respect voor elkaar afstand hielden, opdat wij allen zouden leven en niet ten onder zouden gaan aan covidbesmettingen?

Of hoe mensen elkaar nabij willen zijn, ook via de massamedia?

 

Beste mensen,

Misschien vraagt Jezus in de gelijkenis ons wel deze vraag, dat we bij onszelf nagaan wat er nu de belangrijkste waarde in ons leven is?

Hoe die waarde ons omgeeft in wat we doen en in wie we willen zijn voor de ander?

Dat geeft ook onze betekenis voor de ander, voor God, en voor ons zelf aan.

Dan kunnen we wellicht ook zien in welk woord we gezaaid zijn, welke waarde dus ook – om bij het beeld van de parabel te blijven – door onze bijdrage aan het leven mag groeien ten bate van iedere ander,

ten bate van de gemeenschap van mensen, ook hier in de parochie?

Beste mensen, het is een uitdaging, maar we kunnen er wellicht aan gaan staan de komende tijd en zo zien wat we betekenen als persoon.

Dan gaat het niet zozeer om het feit – zoals de gelijkenis lijkt te zeggen – hoeveel vrucht we dragen, maar wel over het feit dat we er zelf achter komen dat we vrucht dragen, dat we betekenis hebben met ons leven.

Ja, we zijn nog immer op de weg die Jezus ons leerde, We doen het nog immer gewoon goed en kunnen dus doorgaan.

We kunnen anderen blijvend tot dienst zijn.

Amen

 

Nederwetten, 26 sept 2021

JV

© 2021 Parochie Heilig Kruis