Hooidonk

Hooidonk

image001_c

Kapel van Hooidonk. In 1954 gebouwd op de fundamenten van de oude kapel

Heilig Kruispark Hooidonk

Enkele honderden meters voorbij de kerk van Nederwetten in de richting van het dorp Breugel ligt de Hooidonkse dubbelmolen aan de rivier de Dommel.
Onmiddellijk daar achter liggen de terreinen van de voormalige priorij van Hooidonk, omsloten door de Dommel en een speciaal gegraven aftakking van dit riviertje.
Op deze plek werkten en baden van 1146 tot 1650 reguliere kanunniknessen van Sint Augustinus.
De grootste schat die het klooster bezat, was een relikwie van het heilig Kruis.
Om zich van de echtheid van de relikwie te overtuigen, legde bisschop Bonifatius, toen hij op 4 september 1244 de eerste stenen kapel kwam inwijden, het stukje hout in een glas water en het zonk aanstonds naar de bodem. Toen de bisschop het uit het water opnam zijpelden dikke druppels bloed uit de relikwie.
Velen dronken van het water en zij verklaarden dat het water een honingzoete smaak had. Sommigen waren na het drinken van hun chronische kwalen genezen. Het klooster werd tot een waar pelgrimsoord.
Op de plaats waar in 1244 het wonder gebeurde werd in 1954, op initiatief van pastoor Woestenburg een kapel gebouwd, omringd door een fraai park met een kruisweg en een Mariabeeld.
Elk jaar wordt op zondag 4 september, of de eerste zondag na 4 september, in de openlucht de H.Eucharistie gevierd ter herdenking van het wonder van Hooidonk.

De 14 kruiswegstaties zijn tussen 1958 en 1961 vervaardigd door beeldhouwer Piet Schoenmakers in het atelier Sint Joris te Beesel. Alle staties zijn geschenken van particulieren  (à fl. 225,00), wier namen op de zijkanten van de staties zijn aangebracht.

image003_c

Maria, Patrones van Hooidonk, sinds 1146

Eind 1220 kwamen de nonnen van het klooster Hooidonk in het bezit van een zwart stukje hout van ca. 8 cm lengte. Volgens de overlevering afkomstig van het heilig Kruis en door een van de edelen, die familiebanden had met een van de adellijke nonnen van het klooster Hooidonk, als souvenir meegenomen uit het Heilige Land aan het einde van een der kruistochten.

Toen de zusters in 1650 genoodzaakt waren het klooster te Hooidonk te verlaten is de kostbare relikwie van het Heilig Kruis door de laatste priorin, Agnes van Pollaert, naar de abdij van Rolduc overgebracht.
In 1793 werd de kruisreliek door de monnik Tilman Laurens Welter overgebracht naar het Zuid-Limbugse Waubach, waar zij tot op vandaag wordt bewaard en vereerd.
Vanaf de bouw van de parochiekerk in 1896 hebben de pastores geijverd om de relikwie terug te laten komen in Nederwetten. Uiteindelijk slaagde pastoor Roelofs er in 1952 om, met toestemming van de bisschop van Roermond, een gedeelte van de relikwie te krijgen. Zijn aanhouden en doorzetten hadden uiteindelijk tot het gewenste resultaat geleid. Met medewerking van zijn parochianen heeft pastoor Roelofs nog voor zijn overlijden op 22 januari 1953, gezorgd voor een verguld zilveren reliekhouder. De monstrans is vervaardigd door Camel te Roermond.
Op zondag 6 september 1953 werd de reliekhouder door bisschop Mutsaerts op de gewijde grond van Hooidonk overgedragen aan pastoor Woestenburg en werd de relikwie in een grootse processie overgebracht naar de H. Lambertuskerk.
Hier staat hij in het door een glazen deurtje afgesloten tabernakel van het H. Familiealtaar.
Tijdens de jaarlijks herdenking, zondag op of na 4 september, wordt de relikwie in processie vanuit de molenaarswoning naar de kapel in het kruispark gedragen.

RelikwieHeilig Kruis
De monstrans van het Heilig Kruis

In het centrum van de monstrans is achter glas het in tweeën gespleten partikel als een zwart kruis aangebracht.
Onder dit kruis in de monstrans staat: “ex lingo s.crucis D.N.J.Chr.”,
dat wil zeggen:
“van het hout van het H. Kruis van onze Heer Jezus Christus”.
Rondom de reliekhouder staat in sierletters in een vierkant frame:
  “ECCE LIGNUM CRUCIS INQUO SALUS MUNDI PEPENDIT”,
wat betekent: “Zie het kruishout, waaraan het heil van de wereld heeft gehangen”.
▲ naar boven

© 2017 Parochie Heilig Kruis