Overweging 7/8 mei Jos Deckers

Overweging 7/8 mei Jos Deckers

Overweging zevende zondag van Pasen             7 en 8 mei 2016

inleiding
Op deze zondag tussen Hemelvaart en Pinksteren bidt Jezus om eenheid.
Hij bidt dat wij één zijn, dat wij in zijn liefde verbonden blijven met Hem en met zijn en onze Vader in de hemel.
De realiteit van alle dag is wel eens totaal anders: je hoeft het nieuws maar te volgen of we weten van oorlog en geweld, vaak gemotiveerd met verschillen in godsdienst.
De eenheid is binnen de mensheid ver te zoeken.
Het gebed van Jezus is daarom een blijvende oproep de moed niet op te geven maar steeds weer te beseffen dat we die eenheid nodig hebben en dat we daarnaar moeten streven, ook al is het met kleine stappen.
Daarom bidden we met Hem om de komst van de heilige Geest, dat Gods vuur ook ons aanzet te werken aan gerechtigheid en vrede.

 overweging
De meesten van de kerkgangers hier hebben wel eens bij een ziekbed gestaan van iemand in de laatste levensfase. Elke dag bereiden mensen zich voor op hun sterven en zij hebben een laatste wens. Een laatste vraag hebben zij aan hun naasten: ‘Wil je goed voor moeder zorgen? Zorg je voor vader, voor je zus, je broer, als ik er niet meer ben? Blijven jullie elkaar wel zien?’

Vandaag horen we Jezus hetzelfde doen: indringende vragen stellen omdat Hij beseft dat zijn laatste uren geslagen zijn. Het gebed dat we vandaag van Jezus hoorden spreekt Hij uit bij het laatste avondmaal, als Hij voor de laatste keer met zijn vrienden de maaltijd houdt.
Op zo’n moment beseft Jezus dat het erop aan komt. Hij geeft zijn vrienden een opdracht mee als Hij bidt om eenheid. Jezus vraagt zijn Vader dat Hij zijn vrienden in eenheid bewaart.

Ontbreekt het ons dan eenheid? Ik denk van wel. Als we eerlijk naar onszelf kijken dan weten we dat we lang niet altijd mensen uit één stuk zijn. Dat we best vol goede bedoelingen zitten maar vaak daarin tekort schieten, dat we ons van alles voornemen maar tegelijk zien dat we die voornemens maar ten dele halen. Wij zijn lang niet altijd de mens die we zouden willen zijn; we zijn geen mensen uit één stuk. Daarom bidt Jezus om eenheid.

Bidden om eenheid geldt natuurlijk ook de eenheid tussen gelovigen. Gelukkig is de samenwerking tussen christenen in onze dorpen heel goed. Ook in ons land heeft de oecumene een hoge vlucht genomen. Op veel terreinen werken christenen goed samen in de Raad van Kerken, zeker als het gaat om catechese zoals de thema-avonden hier in Nuenen of de samenwerking op het terrein van kerk en samenleving.
Maar we weten ook dat elders in de wereld oorlogen gevoerd worden – mede aangezet door verschillen in godsdienst of religieuze beleving. Er is veel tweedracht op onze wereld; er is de dreiging van terrorisme, vaak goedgepraat met een beroep op godsdienst. Maar we beseffen ook dat verschil in godsdienst alleen geen reden voor oorlog is: een groot aantal andere oorzaken speelt daarin een rol zoals onderdrukking of maatschappelijke en economische achterstelling.

Over onrecht en geweld in naam van het geloof hoorden we in de eerste lezing over de dood van Stefanus. De omstanders vallen hem aan omdat ze het niet met Stefanus en zijn geloof eens waren dat Jezus de Messias, de Levende Heer is. Ze hielden hun handen voor hun oren om maar niet te horen wat Stefanus zei. Zo sluiten ook wij ons wel eens af als we onrecht zien, of als we stem van onze medemens in nood liever niet horen.

De eenheid waarnaar we verlangen lopen we mis op allerlei fronten. Het vurige gebed van Jezus is dus terecht. We hebben dat gebed van Jezus dus hard nodig, heel hard nodig, zeker als je de krant opslaat of het nieuws volgt. Eenheid op onze aarde is ver te zoeken. Het zou goed zijn als we ons daarvan bewust waren. Dat we die eenheid nog lang niet bereikt hebben én dat we er God om mogen vragen.

Zo doet ook Stefanus. In de eerste lezing uit Handelingen blijft Stefanus zich in gebed verbonden weten met Jezus en met God. Wat er ook gebeurt als hij belaagd wordt en opgejaagd, zelfs tot de dood erop volgt, Stefanus weet zich ten diepste verbonden met God.
Hij wordt gelyncht, zijn kleren worden hem van het lijf gerukt. Net als Jezus stond Stefanus naakt tegenover degenen die hem naar het leven stonden.
Die ervaring kennen we misschien ook: dat je je naakt en onbeschermd voelt tegenover een of meerdere mensen die je aanvallen. Het kan gebeuren bij een functioneringsgesprek op je werk of als je in een groep tot de orde geroepen wordt. Op zo’n moment voel je je niets of niemand. Maar Stefanus bleef in zijn kracht, hij voelt zich niet alleen maar hij weet zich verbonden met God.

Dat leidt tot de vraag: wat is bidden eigenlijk? Bidden is niets anders dan in jezelf keren en je verbonden weten met God. Bidden is met al je zintuigen open staan naar God.
Je verbonden weten met God: heel je leven het besef hebben van een middelpunt.
En als je beseft dat wij in God verbonden zijn met alle mensen, dan hebben we tegelijk onze zintuigen open naar onze medemensen. Bidden is dan ook: je verbonden weten met je medemens, zeker met hen die je echt dierbaar zijn, om wie je geeft.
Niet voor niets bidden we vaak juist voor die mensen met wie we ons ten diepste verbonden weten, die ons dierbaar zijn.

Bidden is ook vragen om kracht. Want je weet dat je ook wel eens vraagt om wat eigenlijk niet mogelijk is. Je zou willen dat die ziekte er niet was, of dat God ineens zou ingrijpen en alle problemen zou oplossen. Maar we weten dat zo iets niet mogelijk is.
En tegelijk beseffen we: God kan heus niet alle natuurkrachten opzij zetten om mijn gebed te verhoren. Als ik er dan toch om vraag, dan weet ik dat ik mezelf uiteindelijk voor de gek houd. Dat ik mezelf en God niet serieus neem. Het onmogelijke kunnen we niet vragen.
Bidden om kracht kunnen we wel altijd.

Zo nodigt het gebed ons uit eerlijk te zijn naar onszelf, naar God en naar onze medemens.
Dat gebeurt zeker als het levenseinde nadert en iemand zich niet langer kan verstoppen achter de drukte van het alledaagse leven. Op de rand van het bestaan komt ons leven in Gods licht te staan. Dan is tijd vragen te stellen die er werkelijk toe doen, of woorden te spreken van hart tot hart. Dan zeggen we elkaar – met of zonder woorden – dat we van elkaar houden, dat we met elkaar verbonden blijven – wat er ook gebeurt.

We houden elkaar vast – en we moeten elkaar los laten. Afscheid nemen van elkaar is moeilijk maar kan ook stemmen tot dankbaarheid. Aan het einde van iemands leven is nog maar één vraag belangrijk: zijn de mensen om wie ik geef met elkaar verbonden? Zijn ze één met elkaar? Zorgen ze voor elkaar? Blijven ze één met elkaar en zo één met God, de Vader van alle mensen? Om die verbondenheid bidt Jezus en Hij zegt zijn vrienden de kracht toe van de Helper en trooster van de heilige Geest.

Bidden ook wij om de komst van de heilige Geest in ons leven, op deze zondag tussen Hemelvaart en Pinksteren. Sluiten we ons aan bij het gebed van Jezus.

Jos Deckers, pastoraal werker em.

© 2018 Parochie Heilig Kruis