Overweging Nuenen en Nederwetten 25 en 26 juli 2020 (Jos Deckers)

Overweging Nuenen en Nederwetten 25 en 26 juli 2020 (Jos Deckers)

Overweging 17e zondag door het jaar A     Nuenen en Nederwetten 25 en 26 juli 2020

 Stelt u eens zich voor  dat je een paar maanden moet wonen op een onbewoond eiland.
Naast kleding en voedsel mag je maar één ding mee mag meenemen naar dat onbewoond eiland. Wat zou u dan kiezen? Maar één ding extra; het eiland geeft vruchten genoeg om van te eten; er is drinkwater; eten hebt u mee kunnen nemen. Wat zou u dan kiezen? Wat zou ik dan kiezen?

Een dergelijke vraag lijkt in de eerste lezing aan Salomo gesteld te worden. In een droom verschijnt God aan hem en legt hem die haast onmogelijke vraag voor: één ding mag je kiezen. Salomo vraagt om wijsheid, niet om rijkdom of de overwinning op zijn tegenstrevers, neen, hij wil de lering van God kunnen toepassen als koning.
Een mooi en ideaalbeeld van een koning wordt hier neergezet. Zo is het in werkelijkheid maar zelden, dat politieke leiders zulke wijze mensen zijn.
Dat gold overigens ook voor koning Salomo. Want deze koning was allesbehalve een lieverdje. Salomo vraagt om Gods wijsheid; hij beseft dat hij die nodig heeft. Maar als verder leest in de boeken der koningen, dan zie je  ook een andere kant van hem opdoemen.

Koning David, de vader van Salomo, had meerdere zonen die koning konden worden.
David had meerdere vrouwen gehad en Salomo was zijn lievelingszoon, een zoon van Batseba, de vrouw waarop hij het meest verliefd was geworden.
David wil graag dat deze zoon koning wordt. Maar uit eerdere huwelijken heeft hij oudere zoons, die zich ook kroonprins wanen en aanspraak maken op de troon. Dat wordt vechten als David sterft. Pas na veel strijd en moordpartijen krijgt Salomo het koningschap stevig in handen.

En ook tijdens zijn koningschap was Salomo geen lieverdje, al bracht hij het land wel vrede.
Maar om diplomatieke redenen trouwde hij dochters van koningen uit de omringende landen. Dat was toen een normale gang van zaken. Door zulke huwelijken verzekerde men zich van goede diplomatieke betrekkingen. Een dochter van de koning van een buurland, kon makkelijk een boodschap overbrengen aan haar vader.
Dat gebruik had ook nadelen: die koningsdochters uit het buitenland brachten ook hun eigen cultuur en godsdienst mee. En dat stond weer opgespannen voet met het geloof in Israël, in de éne ware God.
Dat leidde tot allerlei spanningen in het paleis, en daarmee ook in het land. Na de dood van Salomo zullen die ook tot uiting komen en zal het land uiteenvallen in een Noordrijk of het koninkrijk Israël en een Zuidrijk of het koninkrijk Juda.

Toch wordt Salomo geprezen als een verstandig en wijze vorst. In de bijbel wordt hij samen met David gezien als voorbeelden van leiderschap, omdat ze ondanks alles toch trouw bleven aan Gods lering. Vader en zoon probeerden steeds weer, met vallen en opstaan, te leven naar de richtingwijzers voor het leven die in de bijbel opgesloten liggen.

En dat is toch opmerkelijk in de bijbel: mensen van vlees en bloed, met goede én met kwade kanten, worden zalig geprezen; zij hebben hun plaats in Gods heilsplan.
Je hoeft blijkbaar geen volmaakte mens te zijn om bij God thuis te horen.
Dat zien we in de bijbel bij David en Salomo én bij zovele anderen. Die voorbeeldfiguren uit de heilsgeschiedenis zijn gewone mensen van vlees en bloed, met fouten en tekorten en toch horen ze bij God thuis. Hij weet hen te plaatsen in zijn bedoelingen met zijn uitverkoren volk en met ons.
Dat blijkt ook uit de voorbeeldverhalen die Jezus deze zondag vertelt; ze sluiten aan bij de vergelijking van de tarwe en het onkruid die we vorige week hoorden.

Het rijk der hemelen lijkt op een sleepnet waar goede én ondermaatse vissen tegelijk mee naar boven worden gehaald. De goede vissen worden eruit gezocht; de ondermaatse overboord gezet zodat ze verder kunnen groeien.
Onkruid en tarwe groeien gelijk op; pas aan het einde der tijden vindt een schifting plaats, als de Messias zijn rijk van vrede en gerechtigheid definitief zal vestigen. Dan weet Hij zeker wie bij God thuis wil horen en wie niet. Steeds opnieuw krijgen we een kans.

Dat rijk der hemelen herbergt ook een kostbare schat. Vandaag wordt het vergeleken met een heel bijzondere en kostbare parel. Het gaat om een plek waar mensen behandeld worden alsof eenieder kostbaar is, in elkaars ogen en in die van God. Op zo’n plek wil God bij mensen thuis wil komen. Werken aan gerechtigheid en vrede: dat is de parel van het rijk van gerechtigheid en vrede: een hemel op aarde.

Tegelijk mogen we weten dat we daaraan mogen werken met vallen en opstaan.
We mogen Hem gewoon liefhebben, we mogen leven in het vertrouwen dat we schatten zullen opgraven in ons eigen hart. Dat verlangen heeft God immers in ons hart gelegd.
Het verlangen naar dat rijk, naar die vrede en gerechtigheid, niet als iets van eens, ver weg, maar dichtbij, als een ideaal dat men kan realiseren in het hier en nu.

Werken aan Gods koninkrijk heeft dus iets van een leerproces. Het is weet hebben van het perspectief – dat verlangen naar die kostbare parel – én het is weet hebben van je tekort
Dat besef vormt een leerproces. Dat perspectief van de Ander laat mij ook oog krijgen voor de nood van de ander, onze medemens. En zo voor Gods ideaal van gerechtogheid: dat de ander tot recht komt en zo God recht wordt gedaan. Dat schept vrede. Dat leerproces is een andere werkelijkheid dan die van mijzelf in mijn leven toelaten.
Het is gastvrij zijn voor de ander, op zo’n manier dat ik er ook door verander. Omdat ik weet heb van dat wenkend perspectief dat mij – ondanks mijn fouten en tekorten – toch op een ander niveau plaatst.
Daarom Jezus spreekt van een schat die verborgen is. Leren van de ander is andere lagen en betekenissen ontdekken dan die je al kent. De oude dingen worden nieuw voor je. Het gaat om verwondering, niet-weten, open staan voor de vraag van de ander. Die schat is niet onmiddellijk zichtbaar: je moet ontdekken dat die er is.

Het rijk der hemelen, het rijk van vrede en gerechtigheid mag voor ons een wenkend perspectief zijn, een toekomst waarnaar we echt een stap kunnen zetten.
We mogen weer beseffen hoezeer we diep in ons hart verlangen naar een leven in vrede en geluk. Want: wie dat verlangen herkent, zal in beweging komen.
Wie dat verlangen herkent, zal erkennen dat die weg altijd met vallen en opstaan zal gaan.

Misschien was de coronatijd toen we nergens naar toe konden gaan een goede periode om weer eens bij stil te staan bij zulke vragen: waar draait het om in ons leven? Als we de tijd kunnen nemen, ook in deze vakantieperiode, dan kunnen we op het spoor komen naar welke parel wij eigenlijk op het spoor zijn.
Wat kunnen we bij de Ander met hoofdletter ontdekken waardoor God ons op het juiste spoor zet voor ons leven? Wat kunnen we zien in de vraag van de ander, onze medemens?

Of terug naar het begin van deze overweging: wat is ons zoveel waard dat we er alles voor over zouden hebben? Wat zouden we van deze coronatijd mee willen nemen, voor de rest van ons leven? Of minstens voor de komende maanden? Tot een bezinning op die vragen nodigt Jezus ons vandaag uit.

Jos Deckers, pastoraal werker em.

 

© 2020 Parochie Heilig Kruis