Overweging 2019-01-06 Gerwen/Nederwetten

Overweging 2019-01-06 Gerwen/Nederwetten

OVERWEGING  van 6 januari 2019

Het thema van vandaag is: GEZONDEN

Enige tijd na de geboorte van Jezus, mogelijk toen Hij ongeveer een jaar oud was, kreeg Hij onverwacht bezoek van enkele vooraanstaande personen. God heeft niet alleen aan eenvoudige mensen gedacht zoals de herders, maar ook aan intellectuelen. Wie waren die magiërs uit het oosten die op zoek waren naar Jezus, de Messias? Magiërs hielden zich bezig met het uitleggen van dromen en natuurverschijnselen zoals de standen van de sterren en planeten. Het waren in die tijd zeer geleerde en invloedrijke raadslieden in Perzië. In de Bijbel lezen we niet hoeveel magiërs er zijn gekomen. Alles is raadselachtig aan deze personen. Het land waar ze vandaan kwamen, hun aantal, hun namen: van alles weten wij niets. We stellen ons altijd een drietal voor, maar een goede reden voor die veronderstelling hebben wij niet. Drie zijn het er geworden in de 9e eeuw overeenkomstig de drie geschenken, maar voor die tijd sprak men vaak over veel meer. Het aantal van 12 is bijvoorbeeld genoemd.

Hun namen: niemand weet het, maar door de overlevering hebben ze de volgende namen gekregen: Melchior, de oudste, Balthasar, de middelste en Caspar is de jongste en die heeft een donkere huidskleur. En zo vertegenwoordigen ze de drie toenmalige werelddelen: Azië, Europa en Afrika…Van het bestaan van Australië en Amerika had men in die tijd nog geen weet.

En dan de geschenken: Als wij op bezoek zouden gaan bij zulke eenvoudige mensen als Maria en Jozef zouden wij andere meer praktische geschenken meebrengen. Melk of eten of warme kleding enz. De geschenken van de magiërs hebben echter een diepere betekenis. Goud, daarmee erkenden ze Jezus als een koning; Wierook, daarmee erkenden ze zijn goddelijke oorsprong; Mirre, Een kostbare zalfolie, die onder meer wordt gebruikt bij het zalven van doden. Zou zoiets een verwijzing zijn naar de balseming van Jezus, vlak voor zijn lijden en sterven?

In ieder geval hadden de magiërs iets ongewoons aan de sterrenhemel gezien dat hun aandacht trok, een ster, of een komeet of iets anders dat hun aandacht trok. Zij waren ongetwijfeld op de hoogte van de verwachting die bij joden leefde over een door God gezonden machthebber die de wereld vanuit Jeruzalem zou regeren. Ze waren daar zo sterk van overtuigd dat ze een lange reis ondernamen en kostbare geschenken met zich meebrachten.

Het lag voor de hand dat de magiërs eerst naar Jeruzalem zouden gaan. Natuurlijk zou dat Koningskind daar geboren worden. Ze verwachtten dat heel Jeruzalem dat wel moest weten, dus informeerden zij ernaar toen ze in Jeruzalem aankwamen. Ze zullen wel erg verbaasd zijn geweest dat niemand ervan wist. En het duurde niet lang of koning Herodes hoorde van hun komst en liet de magiërs bij zich roepen. Koning Herodes was erg geschrokken van het verhaal van de magiërs. Hij stond erom bekend dat hij erg achterdochtig was en doodsbang om zijn positie te verliezen. Hij wist dat de joden hun Messias verwachtten en hij dacht dat die Messias misschien wel eens geboren zou kunnen worden. Hij riep alle hogepriesters en schriftgeleerden bij zich en die gaven aan dat dat volgens de profeten in Betlehem moest zijn.

De magiërs wisten dus waar ze moesten zijn: in Betlehem.

Er was geen schriftgeleerde die mensen aanspoorde om ook naar Betlehem te gaan, laat staan dat ze er zelf heengingen. Zo groot was het stadje niet en het lag maar een paar kilometer ten zuiden van Jeruzalem. Het was dus een afstand van niks en ze zouden Hem snel gevonden hebben. Men zegt wel dat het joodse volk in die tijd uitkeek naar de komst van de Messias, maar daar was niet veel van te merken. Herodes reageerde vijandig, de geestelijke leiders onverschillig, het volk deed helemaal niks.

Koning Herodes was trouwens de enige in Jeruzalem die Jezus serieus nam. Alle anderen, inclusief de joodse leiders, schrokken hooguit even, maar kwamen niet op het idee om Hem te zoeken. Maar de magiërs, zochten de Koning en dus vonden ze Hem ook. Dat gaf hen een diepe blijdschap in hun hart die ze wellicht in hun hele verdere leven met zich mee hebben gedragen. Uiteindelijk kwamen zij aan bij het huis waar Jezus verbleef. Na de geboorte hadden Jozef en Maria kennelijk een betere accommodatie gevonden waar ze een tijd konden wonen.

Het zijn die magiërs, die buitenstaanders, heidenen en vreemdelingen die op weg durfden te gaan om Jezus te zoeken. Zij herkennen Jezus als een heel bijzonder mens, iets wat zijn eigen volk niet gedaan heeft. De magiërs keren tenslotte weer terug naar huis nadat ze Jezus gevonden hebben. Ze kunnen niet anders dan langs een andere manier weer terug te gaan dan ze gekomen waren dit omdat zij inzien dat Herodes een gevaar vormt voor dit kind.

Wij horen nu een verhaal waarbij we ons moeten afvragen welke rol wij er zelf in spelen. Horen wij bij Herodes, de hogepriesters en de schriftgeleerden? Of spiegelen wij ons aan de eenvoudige herders en de wijzen? Na de vreugdevolle boodschap van de engelen dat Christus de Heer is geboren trekken de herders onmiddellijk naar Betlehem en maken ze bekend wat hun over dit kind verteld is. Doen wij dat ook: het goede nieuws verkondigen? En zijn wij ook op zoek naar het Licht van God zoals de magiërs of wijzen dat gedaan hebben?

Deze drie wijzen leren ons te ontdekken dat dit kind dat in Betlehem geboren is van universele betekenis zal zijn.

Ook nu is het nog zo: wie Jezus oprecht zoekt zoals de 3 wijzen dat deden, vindt Hem ook. Ook nu kunnen wij ons gezonden voelen hiernaar op zoek te gaan.

Amen

 

© 2021 Parochie Heilig Kruis