Overweging 2019-10-20 Nuenen Jos Deckers

Overweging 2019-10-20 Nuenen Jos Deckers

Overweging 29e zondag door het jaar C                                                  20 oktober 2019

Het is een actueel verhaal in de evangelielezing van vandaag: een vrouw die op zoek is naar haar recht en luidkeels protesteert. Denk aan protesterende boeren en alle actiegroepen en milieuorganisaties  in ons land en de protesten van de scholieren voor meer aandacht voor de klimaatzaak. De weduwe uit Jezus’ voorbeeldverhaal staat model voor de man of vrouw die hartstochtelijk op zoek is naar haar recht; misschien is zij zelfs wel iets te hartstochtelijk op zoek naar haar recht, een querulante die alleen maar ingezonden brieven schrijft, bezwaren maakt of publiciteit zoekt omdat haar – naar haar gevoel en overtuiging – onrecht is aangedaan.

De rechter in het voorbeeldverhaal is ook een interessant figuur. Hij zegt van zichzelf dat hij zich nergens iets aan gelegen laat liggen. Hij bekommert zich om God noch gebod. En toch gaat hij in op de vraag van de weduwe. Is om van haar gezeur af te zijn? Of is hij bang voor gezichtsverlies, dat zij hem in het openbaar voor schut zal zetten? Daar vertelt Jezus niets over. Wel horen we dat die onrechtvaardige rechter toch op de terechte vraag van de weduwe ingaat.

Dit verhaal staat is een deel uit een langere toespraak van Jezus die handelt over het koninkrijk van God, het rijk van vrede en gerechtigheid. Gerechtigheid in de bijbel heeft altijd twee kanten: het doel is dat mensen tot recht kunnen komen, uit kunnen groeien tot de mens die God bedoeld heeft. Gerechtigheid maakt dat mensen gelijke kansen krijgen en niet belemmerd worden door economische omstandigheden of de inrichting van de samenleving.

Gerechtigheid is niet gratis, iets wat je zomaar, om niet krijgt; je zult er zelf ook iets voor moeten doen om uit te kunnen groeien als mens. Maar je wordt niet gehinderd door medemensen of maatschappelijke omstandigheden. Gerechtigheid heeft dan ook alles te maken met inzet voor vrede en solidariteit tussen mensen en volkeren.
Daarmee wordt ook God recht gedaan. Dat is de andere kant van gerechtigheid: zorgen dat mensen tot hun recht kunnen komen is ook leven naar Gods bedoelingen en daarmee is het ook God recht doen. Die twee kanten horen wezenlijk bij elkaar in het bijbelse begrip gerechtigheid.

Deze zondag gaat ook over het vragen en het bidden: de vrouw uit het voorbeeldverhaal van Jezus blijft om haar recht vragen; Mozes bidt in de eerste lezing om uitzicht en redding voor zijn volk.
Het is een benarde situatie als Amalek het volk aanvalt. Amalek staat voor alle tegenkrachten in het voortbestaan van het volk; de troepen van Amalek vallen juist in de woestijn aan en dan nog waar het volk het meest zwak is: bij de ouderen en kinderen die meetrekken naar het land der beloften. Amalek staat daarmee voor de macht van het kwaad en is de tegenhanger van wat werken aan gerechtigheid en vrede inhoudt.
Mozes vraagt om steun bij God en hij heeft daarbij zelf ook steun nodig. Twee mannen ondersteunen hem en pas dan kan het goed gaan. Dan kan Jozua – zijn naam betekent God redt – ook redding en uitzicht bewerken voor het volk. Je kunt zeggen: Mozes redt het niet alleen, zonder God en zonder Chur en Aaron die hem ondersteunen.
Maar God alleen redt het ook niet: Jozua en zijn troepen zijn nodig om de doorgang voor het volk te bewerken. Dan ontstaan er nieuwe levenskansen, voor heel het volk, voor sterke en zwakke mensen daarbinnen.

Wat zeggen deze verhalen ons, hier en nu? Wat kunnen wij ervan meenemen?
Allereest is het in oktober wereldmissiemaand. Paus Franciscus heeft deze maand oktober uitgeroepen tot bijzondere missiemaand. Het thema is: gedoopt en gezonden. Alle mensen die gedoopt zijn hebben bij dat sacrament de opdracht van Jezus meegekregen: ‘Gaat en maak alle volkeren tot mijn leerlingen door hen te dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest en hun te leren dat zij zich moeten houden aan alles wat Ik jullie heb opgedragen.’ Velen werkers in de missie hebben dat gedaan, door zorg en onderwijs, in de derde wereld of door het werken in de ontwikkelingssamenwerking.
Dit jaar vraagt de Wereldmissiemaand onze aandacht voor het noordoosten van India, een gebied tussen China en Bangladesh ingeklemd. De inheemse volken zijn vaak christen maar de andere volken niet. Dat leidt vaak tot spanningen, geweld en uitbuiting. De kerk zet zich daar in voor de rechten van de mens en komt op voor de waardigheid van alle mensen.
Deze Wereldmissiedag vraagt onze aandacht voor het pastorale werk in dat deel van de wereld, waar missionarissen hun opdracht elke dag weer proberen waar te maken.

Paus Franciscus verbreedt in deze missiemaand die opdracht tot alle gelovigen, om getuigenis af te leggen van hun geloven. Dat is in onze cultuur nog niet zo makkelijk. Wij, Nederlanders, spreken niet zo snel over ons geloof. Wel praten we over de kerk en haar bedienaren en vooral over alles wat niet goed gegaan is. Dat moet natuurlijk ook ter sprake komen en daar moet goed aandacht aan besteed worden, zeker als het om misbruik is gegaan.
Daar praten we terecht wel over. Maar getuigen we ook van waar we warm voor lopen als het om ons geloven gaat? Spreken we met anderen wel over onze eigen persoonlijke relatie met God of onze verhouding tot Jezus? Ik merk daar veel terughoudendheid in. Dat is ingebakken in onze cultuur en dat maakt de oproep van paus Franciscus voor ons lastig. Tegelijk blijft het ook voor ons een uitdaging, om getuigenis af te leggen van de hoop die in ons leeft, van wat ons aantrekt en bezig houdt in ons geloven.

Inzet voor gerechtigheid hoort daar wezenlijk bij. Geloven doe je niet alleen op zondag of tijdens het bidden. Het vraagt ook inzet van ons mensen. Geloven vraagt om navolging van de Mensenzoon, die Gods gerechtigheid helemaal waar maakte en liet zien. Hij genas mensen, bracht uitgestoten mensen weer terug in de kring, ja zelfs doden stonden op. Tekenen dat God een God van het leven is die niet de dood wil maar voluit leven voor alle mensen.
Gebed veronderstelt dan ook ‘handen uit de mouwen’. Bidden is geen passieve aangelegenheid maar gaat ervan uit dat ook wij ons steentje – hoe bescheiden ook – bijdragen. Dan mogen we erop vertrouwen dat de Vader ons hoort en verstaat; dat er uiteindelijk hoop en uitzicht is.

Dat zijn hoopvolle woorden die we kunnen terugvinden in het voorbeeldverhaal van Jezus. Maar is de werkelijkheid ook zo? Afgelopen week werd het nieuws gedomineerd door weer nieuwe gevechten en nieuw geweld in het Midden Oosten. Komt daar nooit een einde aan, zo vraag je je af. Is moedeloosheid niet een veel reëler gevoel dan hoop? Met zijn voorbeeldverhaal nodigt Jezus ons uit de hoop niet op te geven maar ons verlangen naar een betere toekomst steeds leidraad te laten zijn van ons handelen, van ons leven. Misschien is het zelfs hopen tegen beter weten in, maar steeds vanuit het geloven dat God ons draagt en dat Hij nooit laten vallen het werk van zijn handen. Als die onrechtvaardige rechter uit het voorbeeldverhaal zich ondanks alles weet te gedragen en recht verschaft, hoe veel meer zeker is het dat God  dat ook zal doen. Moge dat gelovig vertrouwen ook ons inspireren op onze tocht door het leven, ons laten werken aan gerechtigheid en solidariteit tussen mensen en volkeren en ons vertrouwen op een betere toekomst doen toenemen. Moge dat zo zijn.

Jos Deckers, pastoraal werker em.

© 2021 Parochie Heilig Kruis