Overweging Nuenen 2e zondag Advent 5 en 6 december 2020 (Jos Deckers)

Overweging Nuenen 2e zondag Advent 5 en 6 december 2020 (Jos Deckers)

inleiding
Troost, troost toch mijn volk, uw God is op komst.
Zo bemoedigt de profeet Jesaja zijn volksgenoten.
En zo baant hij de weg voor de toekomst van God,
maakt hij bij zijn toehoorders de weg gereed om wegen van gerechtigheid te gaan.
Die oproep tot luisteren, horen en verstaan doet ook Johannes de doper.
Hij effent het pad voor de komst van de Messias.
Beiden staan open naar de toekomst, op de tekening wordt dat verbeeld in een open bovenzijde en in het licht van de zon die net boven de horizon uit komt.
Wij worden genodigd die roepstem te horen en te verstaan.
Thema van deze zondag is dan ook: mijn bode voor u uit.

overweging
Vandaag mogen we luisteren naar woorden van uitzicht zoals vandaag gesproken door de profeet Jesaja: Troost, troost mijn volk. Voor mensen onder ons die het aloude Gregoriaans kennen, is de Advent pas echt begonnen als we het Rorate caeli hebben kunnen horen, met als vierde strofe precies deze regels van Jesaja: consolamini, consolamini, popule meus ofwel: troost, troost toch mijn volk.
Dit gedeelte uit Jesaja is het begin van zijn troostboek. Jesaja heeft een speciaal woord voor hen die zien dat er verandering op komst is. Het einde van de ballingschap komt dichterbij. De ballingen hebben de langste tijd in Babylon doorgebracht. Het einde van alle ellende is in zicht.

Mensen hebben een onuitwisbare drang om te hopen, om de moed niet te verliezen. Zolang er leven is, is er hoop. Aan die ervaring, aan dat vertrouwen houden mensen vast. Dat zie je op tv als er verwoede pogingen worden gedaan mensen te bevrijden onder het puin van een aardbeving. Familieleden en reddingwerkers houden vol: zolang er leven is, is er hoop. We zien het nu hetzelfde nu we wachten op verschillende vaccins om de Covid-pandemie eronder te krijgen.

Hoop zit diep in mensen geworteld. De bijbel is er sterk in om die hoop met verschillende beelden onder woorden te brengen: de wereld zal een paradijs worden, een woestijn komt tot leven, de steppe zal bloeien.

Ook Jesaja gebruikt zulke beelden. Hij kondigt een vreugdebode aan die op zijn beurt zal aankondigen dat alle ellende voorbij is. God zelf zal als een herder zorg dragen voor zijn kudde; juist voor de lammeren, de zwaksten, zal Hij extra aandacht hebben. Hij koestert zijn mensen en heeft zorg voor hen.

Getuige van hoop, dat is Jesaja op deze tweede zondag van de Advent; getuige van hoop, naar hem mogen wij luisteren, naar die belofte op vrede, op gerechtigheid en zorg om de zwaksten die in zijn boodschap van troost besloten ligt.

We mogen ook luisteren naar profeten als Johannes de doper. Hij is vandaag ook een getuige van hoop. Hij roept op tot een bekering, een toewending naar elkaar, naar onze medemens in nood en daarin en daardoor een toewending naar God. Zo kunnen we een weg voor God banen, zoals Johannes’ oproep luidt, want in de stem van onze medemens in nood, de roep van de ander, kunnen we die roepstem van de Ander bij uitstek ook horen. Alles wat je gedaan hebt voor een van de minsten van mijn zusters of broeders, je hebt het voor mij gedaan. Zo zal Jezus het later zelf uitleggen aan zijn vrienden.

Deze zondag vormt daarmee een oproep tot luisteren. Luisteren ook naar de tekenen van onze tijd, naar profeten uit onze dagen: mensen als die twee vaders in Parijs. Georges Salines, vader van een slachtoffer, en Azdyne Amimour, vader van een dader van de Bataclan-aanslag in 2015 in Parijs. Een zoon was een van de daders; een dochter een van de 130 slachtoffers die avond. Die twee vaders zochten en zoeken samen naar antwoord op de vraag: was dat geweld te voorkomen geweest? En ze zijn dierbare vrienden geworden.
Zulke mensen zijn profeten van onze tijd. Hun inzet voor gerechtigheid en vrede verdiend gehoord te worden en tot navolging te leiden.

Of we mogen denken aan paus Franciscus die in woord en in zijn optreden onvermoeibaar opkomt voor gerechtigheid en vrede en vooral ook voor de heelheid van de schepping. Hij wijst ons christenen – en alle mensen van goede wil – op onze verantwoordelijkheid als beheerders van Gods schepping.

Zo kunnen ook wij luisteren naar profeten en de tekenen van de tijd verstaan. Maar we mogen ook zelf ons gehoord weten. Want ook onze vragen en twijfels zijn belangrijk en verdienen echte aandacht. Kunnen we de boodschap van de profeten verstaan als een woord van troost, een boodschap van goed nieuws, van een hoop die blijft?
Soms lijkt het visioen van de weg voor de Heer verder weg dan ooit, lijken vrede en gerechtigheid totaal onbereikbaar. Als je het nieuws volgt en de spanningen weer ziet oplaaien op veel plaatsen in de wereld, als je weet dat de burgeroorlogen in Syrië, Ethiopië en Jemen nog steeds doorgaan dan zinkt je wel eens de moed in de schoenen. Is onze hoop wel meer dan een hersenschim?
Of als we kijken naar de toekomst van ons persoonlijk en zeker voor mensen die getroffen worden door het coronavirus, wat toch veel onzekerheid met zich meebrengt. Hoe zeker is onze hoop of onze verwachting dat het uiteindelijk goed zal worden?

In de Advent en in de Kersttijd herdenken we dat God bij mensen is aangekomen. In elk geval in Jezus is dat gelukt. Het woord advent betekent letterlijk aankomst; de afstand is overbrugd. God en mens hebben elkaar gevonden.
Dat is de diepste betekenis van de menswording van Jezus: de afstand is te overbruggen, het ideaal kan eens werkelijkheid worden. God komt onder ons, al merken we dat niet altijd. Dat dat visioen van vrede en gerechtigheid nog niet helemaal helder is, ligt voor een groot deel aan ons, mensen. Van ons wordt inzet verlangt. Toe wending, bekering noemt Johannes de doper dat.
We moeten af van de verwachting dat God in één klap alle problemen zal oplossen. Zo is Hij ook niet verschenen in Jezus zelf. Alsof toen alle problemen in een oogwenk de wereld uit waren; integendeel. Hij zelf stierf de dood van alle martelaren. Maar toch: Hij liet zien dat die afstand tussen God en mensen, dat de afstand tussen ideaal en werkelijkheid te overbruggen is.

Daarom worden wij vandaag uitgenodigd om goed te luisteren en de tekenen van de tijd te verstaan, de nood van de ander die een beroep op ons doet.
We worden ook genodigd goed te luisteren naar wat profeten als Jesaja en Johannes de doper ons te zeggen hebben.
We worden gevraagd naast Johannes te komen staan, in de Jordaan, de levensrivier. We worden gevraagd midden in die rivier te komen staan, beide benen stevig op de bodem en dan kopje onder gaan én weer opstaan.
Kortom: ook onze eigen vragen en twijfels mogen we serieus nemen en toch ons blijven inzetten om dat ideaal dichterbij te brengen. Niet moedeloos worden maar samen met anderen werken aan een nieuwe wereld, een nieuwe gemeenschap. Zo kunnen we toekomst openbreken of met de woorden van de doper: de weg van gerechtigheid banen.
Moge dat voor ons en door onze handen werkelijkheid worden. Amen

Jos Deckers, pastoraal werker em.

© 2021 Parochie Heilig Kruis